header



zinsdeelstukken
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZINSDEELSTUKKEN

1. De bijvoeglijke bepaling (referentieniveau 2F)

Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?

Voorbeeld:

          De nieuwe speler| is |in onze wijk| komen wonen.Pastel Fred Marsman

nieuwe = bijvoeglijke bepaling bij speler (welke/wat voor speler?)
onze = bijvoeglijke bepaling bij wijk (welke/wat voor wijk?)


Bij een zelfstandig naamwoord kan meer dan
?n  bijvoeglijke bepaling staan.

Voorbeeld:

De lange, mooie jongen | kwam | niet.

lange = bijvoeglijke bepaling bij jongen
mooie = bijvoeglijke bepaling bij jongen                                                        

  • Een bijvoeglijke bepaling kan uit meer dan ?n  woord bestaan.

Hij | gaf | een korte en duidelijke uitleg.

korte en duidelijke = bijvoeglijke bepaling bij uitleg 

  • Een bijvoeglijke bepaling kan heel lang zijn en en weer andere bijvoeglijke bepalingen bevatten. Je moet dan altijd het belangrijkste zelfstandige naamwoord opzoeken.

Voorbeeld:

is |de rector |door de vloer|gezakt.                                                                    

ter ere van de opening van de nieuwe vleugel bij onze school = bijvoeglijk bepaling bij feest (feest = het  belangrijkste zelfstandige naamwoord)
Daarna zoek je het belangrijkste zelfstandige naamwoord in de bijvoeglijke bepaling.
van de nieuwe vleugel bij onze school = bijvoeglijke bepaling bij opening
Vervolgens herhaal je het zoeken.
nieuwe = bijvoeglijke bepaling bij vleugel
bij onze school = bijvoeglijke bepaling bij vleugel
onze = bijvoeglijke bepaling bij school

2. De bijwoordelijke bepaling (referentieniveau 3F)

  • De bijwoordelijke bepaling als zindeelstuk (=ondergeschikte bijwoordelijke bepaling) zegt iets van een ander woord dan een zelfstandig naamwoord.

Voorbeeld:

Ik vond het boek erg  spannend.

erg = bijwoordelijke bepaling bij spannend (geen zelfstandig naamwoord)
 

  • In een bijvoeglijke bepaling kan een bijwoordelijke bepaling staan.

Voorbeeld:

Ik vond dat een erg vervelende opmerking.

erg vervelende = bijvoeglijke bepaling bij opmerking

erg = bijwoordelijke bepaling bij vervelen

Oefening bijvoeglijke bepaling

Oefening bijvoeglijke bepaling en bijwoordelijke bepaling

2. De bijstelling (referentieniveau 3F)

De bijstelling is een bijzondere bijvoeglijke bepaling. Het zinsdeel waarin een bijstelling staat, bestaat uit twee delen.

Met de twee delen wordt hetzelfde bedoeld en ze kunnen meestal van plaats wisselen.

Voorbeeld:

Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, is druk bezig met de organisatie van de kroning van Willem Alexander.

De hoofdstad van Nederland, Amsterdam, is druk bezig met de organisatie van de kroning van Willem Alexander.

In de eerste zin is de hoofdstad van Nederland  bijstelling bij Amsterdam

De bijstelling staat meestal tussen twee komma's.
 

 oefening 3