Naar de beginpagina van CambiumNed

 

    CambiumNed           Nederlands         Alles voor je lijst          Poëzie          Taalspelletjes          Studiehuis


 

 

Theorie en oefeningen werkwoordspelling
De werkwoordspelling

 

 


1. Meervoudsuitgangen

 

2. Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden, telwoorden  en voornaamwoorden
 

3. De tussenklank in samenstellingen: s of e(n)
 

4. Tekens bij letters (trema, koppelteken en apostrof)
 

5. Hoofdletters of kleine letters
 

6. Getallen schrijven    
                                                      

7. Leestekens
 

8. Veranderingen in de spelling vanaf 15 oktober 2005


9. Handige links


10 Test je spelling


11. Spellingoefening (alle regels door elkaar)


12. Spellingtoets 1


13. Spellingtoets 2


 
Nieuw     ExtraNed !!

SNEL ZOEKEN:

 
Web www.cambiumned.nl
taaladvies.net woordenlijst.org

 

 

 

 

 

1. Meervoudsuitgangen


Het meervoud van een zelfstandige naamwoord vorm je door er de meervouds- uitgangen -s, 's, -en of -n achter te schrijven.

 

  • De -s schrijf je er aan vast als dat geen probleem voor de uitspraak oplevert: sektes, tantes, printers, logés en bureaus. 
    Als je een fout bij de uitspraak kunt maken schrijf je 's : auto's, piano's, alinea's, baby's, jury's en ski's.
 
  • woorden op -ik
    Je schrijft 2 k's als de klemtoon op ik valt: snikken, blikken, likken en tikken.
    Je schrijft 1 k als de klemtoon niet op ik valt: monniken, viezeriken en leeuweriken.
 
  • woorden op -ie of -ee
    Je schrijft ën erbij als de klemtoon op de ie of ee valt: feeën, genieën en reeën.
    Je schrijft en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt: bacteriën, poriën en oliën.
 
  • woorden op -f of -s
    De f wordt meestal een v en de  s vaak een z : kloven, staven, laarzen en kluizen.  
    Maar: fotografen, parafen en kaarsen! 


Let op:
Sommige woorden hebben (ook) een Latijns meervoud: politici, medici, mediums/media, museum/musea. 

Oefening 1 meervouden (CambiumNed)

Oefening 2 meervouden (CambiumNed)

Oefeningen meervouden (Het Stromenland)

 
Draadstaal - het Goedste Nederlands

 

2. Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden, telwoorden en voornaamwoorden

 
  • Zelfstandig gebruikte woorden krijgen -n als ze slaan op mensen die niet in dezelfde zin worden genoemd.
    Hoeveel verslaafden kunnen ze in Rotterdam nog opvangen?
  • Zelfstandig gebruikte woorden krijgen geen n als ze op mensen slaan die wél in dezelfde zin worden genoemd. 
    Veel supporters in Brugge kwamen met de trein en slechts enkele met de eigen auto. 
  • Zelfstandig gebruikte woorden krijgen geen n als ze op dieren, planten of dingen slaan.
    Van alle clubs was Ajax de eerste.

    Oefening

        

 

3. De tussenklank in samenstellingen : s of e(n) 

  
 De tussen -s

Hoofdregel
In samenstellingen wordt een -s geschreven, wanneer deze ook wordt uitgesproken. Dus: stationsplein, moederskindje en scheepswrak.

 

De tussen -e of -en

Hoofdregel:
De tussen -en wordt geschreven wanneer het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alléén een meervoud heeft op -en.

Het is dus: kippenei, want het meervoud van kip is alléén kippen.
Maar het is aspergesoep en gedaanteverwisseling, want het meervoud van asperge is asperges, terwijl het meervoud van gedaante zowel gedaanten als gedaantes kan zijn.

Uitzonderingen
Sommige woorden houden een -e als tussenletter, hoewel ze als je de  hoofdregel zou volgen -en zouden moeten krijgen. 

1. Woorden die verwijzen naar een unieke persoon of zaak: zonnestraal, maneschijn en  Koninginnedag. 

2. In bijvoeglijke naamwoorden  waarvan het eerste deel alleen maar wordt gebruikt als versterking van het bijvoeglijke tweede deel: apetrots, boordevol, reuzeleuk en beregoed.

3. Woorden van het type 'dier+plant' vallen vanaf 2005 onder de hoofdregel en krijgen een tussen-n: eendenkroos, rattenkruid en paardenbloem.
Zie ook: de hoofregel bij de Taalunie 


4. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig naamwoord zonder  meervoud: rijstepap en roggebrood.

5. Woorden die historisch gezien wel een samenstelling zijn, maar die niet meer als zodanig worden herkend (we noemen dit versteende samenstellingen): ruggespraak en elleboog.
Zie ook: 


6. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig woord met alleen een meervoud op -s: aspergekweker, etagewoning.

7. Het eerste deel van het woord is een bijvoeglijk naamwoord: hogeschool, blindedarm.

Veranderingen per 15 oktober 2005

Pastel + animatie Fred Marsman

 

         



4. Tekens bij letters (trema, liggend streepje en  apostrof)


a. Liggend streepje (-) en  trema ( ¨ ) 

Hoofdregel
Als het eerste deel van een samenstelling eindigt op een klinker en het tweede deel begint met een klinker, zet je een streepje om te voorkomen dat die twee klinkers samen één klank vormen. Het is auto-ongeluk, radio-omroep en na-apen. 

Woorden die eindigen op -achtig krijgen een streepje: zebra-achtig.

Uitzonderingen

  • Als het woord geen samenstelling is, gebruik je een trema: poëzie, zeeën, coördinatie, financiën. 
  • In cijfers en getallen gebruik je een trema:
    tweeënvijftig, drieëntachtig.

NB Latijnse en Franse woorden die eindigen op -ei, -eus, -eum, en -ien krijgen geen trema: museum, opticien, petroleum.



 

b. Liggend streepje (-)
    
          Een liggend streepje gebruik je om:

  • af te breken
    Als een woord niet meer op een regel kan, gebruik je het streepje om af te breken.
    Een woord mag je alleen afbreken aan het einde van een lettergreep. 
  • te scheiden
    Om te voorkomen dat er uitspraakproblemen ontstaan, gebruik je een streepje als scheidingsteken: zee-eend, zo-even en gedachte-experiment.
  • en te koppelen
    Het koppelteken gebruik je:
    • In namen van getrouwde vrouwen: mevrouw Jansen-Van Kempen.
    • Na voorvoegsels als: adjunct-, non-, niet-, oud- en s(S)int
      adjunct-commies, non-actief, niet-roker, oud-ambassadeur, sint-bernard
    • In samengestelde aardrijkskundige namen: Noord-Hollands, Zuid- Amerikaans, Noordoost- Duitsland, Noord-Brabant.
    • In samenstellingen van symbolen en afkortingen: 65-jarige, tv-toestel, €-teken.
    • In samenstellingen waarvan de beide delen gelijkwaardig zijn: minister-president, rooms katholiek.


c. Apostrof 

          Een apostrof gebruik je: 

  • As je letter(s) weglaat: 's nachts,'t fokschaap. 
  • Om een verkeerde uitspraak te voorkomen: auto's. piano's,alinea's.
  • In een tweede naamval die eindigt op een sisklank: Floris' schrift, Beatrix' verjaardag, Mulisch' boek.
  • In bepaalde combinaties van letters: havo'er, NEC'er, AOW'er, KPN'er.

 


Oefening trema en apostrof

 

 

5. Hoofdletters of kleine letters

 
  • Alleen het eerste woord van een zin begint met een hoofdletter.
    Als de zin begint met een apostrof dan schrijf je het tweede woord met een hoofdletter.
    voorbeeld:
    's Middags doet mijn vader altijd een dutje.
    Als een zin met een cijfer begint, krijg je geen hoofdletter. 
    voorbeeld: 
    25 leraren waren ziek.

 
  • Namen schrijf je met een hoofdletter.
    Gerrit
    M. Betzema
    mevrouw Ten Brink
    Marianne Betzema-Ten Brink
    Boschstraat
    Gelderland
    Het hemelse gerecht
    Ajax
    de Tweede Wereldoorlog
    Tweede Kamerlid

    Maar namen van dagen, maanden en jaargetijden, schrijf je met een kleine letter.
    zaterdag, december, winter

    Tijdperken schrijf je volgens de nieuwe spellingregels met een kleine letter: middeleeuwen,
    renaissance  en romantiek.

    Namen van volkeren schrijf je met een hoofdletter: Arabier, Eskimo, Palestijn en Bosjesman.
    Van namen afgeleide woorden krijgen een kleine letter: luthers en victoriaans.
 
  • Boven brieven en in adressen schrijf je een hoofdletter.
    Geachte redactie,
    Beste tante Truus,
    Geachte heer/mevrouw,

    De heer Mertens
    Jasmijnplantsoen 76
    5453 DB Renkum

    Aan de redactie van het Brabants Dagblad
    Postbus 333
    2020 BD Den Bosch

 

 
  • Afkortingen van instellingen, bedrijven en politieke partijen schrijf je met hoofdletters en zonder puntjes.
    NASA, FBTO, RTL4, VVD en
  • SP
    Maar let op: het is PvdA
    Ingeburgerde afkortingen
    Als een afkorting veel gebruikt wordt, m.a.w. ingeburgerd is, schrijf je ze met een kleine letter: btw en cao.
     

     

 

6. Getallen schrijven

 

  • Voor getallen tot twintig gebruik je letters.
    Cijfers gebruik je bij getallen boven de twintig.

  • Voor tientallen en getallen als honderd miljoen etc, gebruik je echter letters.

  • Als je bedragen, gewichten, data etc. moet aanduiden gebruik je cijfers:
    €5.50, 5 kilo, 12 december 2003.

  • Rang- en hoofdtelwoorden
    Schrijf waar mogelijk rang- en hoofdtelwoorden tot en met twintig voluit: eerste (een), twee(de), twintig(ste).

schrijv

 

7. Leestekens

 
  • punt
    - Een punt zet je aan het eind van een zin.
    - Gebruik je bij afkortingen: etc. - enz. - P.J. Pietersen.
    - Niet alle afkortingen schrijf je met punten: CDA, NEC, EEG, VARA.
 
  • kkomma
    - Komma's gebruik je om een zin overzichtelijk te maken. 
      Een komma staat op de plaats waar je bij het hardop lezen even een rust neemt.
    - In langere zinnen plaats je een komma voor de woorden waarmee een bijzin  begint.
      Voorbeeld:
      Het schilderij, dat verplaatst moest worden, heeft de 'operatie' goed doorstaan.
    - Tussen twee persoonsvormen zet je een komma.
      Voorbeeld:
      Toen ze thuis kwam, zag ze dat de kerstverlichting al brandde.
    - Een bijstelling zet je tussen komma's.
      Voorbeeld:
      Janneke, het leukste meisje uit 4h5, heeft nu ook de griep.
    - Delen van opsommingen zet je tussen komma's.
      Voorbeeld:
      Hij kocht andijvie, boerenkool, wortelen, aardappelen en een CD.

 

  • puntkomma
    Een puntkomma geeft een scheiding aan binnen een zin. Je kunt hem vervangen door een  punt.
      Voorbeeld:
      Van de zomer gaan we naar Zuid-Frankrijk; daar is het altijd lekker warm.

 

  • dubbele punt
    - Een dubbele punt staat voor een opsomming. 
      De bezwaren tegen Athene in de zomer zijn: de hitte, de drukte en de smog.
    - Een dubbele punt staat voor een verklaring.
      Ik wil van de zomer niet naar Athene: het is me daar te warm.
    - Een dubbele punt staat voor een zin die iemand gaat zeggen (de directe rede).
      Ik zei: 'Ik wil van de zomer niet naar Athene.'

 
  • aanhalingstekens
    - Aanhalingstekens gebruik je als je citeert.
      'Als het aan mij ligt' zei Bush,' krijgt hij een eerlijk proces.'
    - Als je een andere dan normale betekenis gebruikt.
      Hij had daar tijdens de oorlog een 'prettige' tijd.
 
  • uitroepteken
    Aan het eind van een zin met een bevel of uitroep gebruik je een uitroepteken.
    Hou daar mee op! 
    Geweldig!
 
  • vraagteken
    - Een vraagteken zet je aan het eind van een vraag.
      Was jij de eerste die de berg beklom?
      De leraar vroeg: 'Was jij de eerste?'
    - Geen vraagteken: Hij vroeg me of ik de eerste was.

Oefening 1 (Cambiumned)

Oefening 2 (Taalwinkel)

 

 

 

8. Veranderingen in de spelling vanaf 15 oktober 2005

 
  • De enige echte verandering betreft de spelling van samenstellingen.

Samenstellingen met een dierennaam als eerste deel en een plantkundige aanduiding als tweede deel krijgen voortaan een 'tussen-n'

'Paardebloem'' wordt dus 'paardenbloem'.

  • De andere veranderingen  betreffen vooral het hoofdlettergebruik en de schrijfwijze van afkortingen.

Voor een volledig overzicht zie:

Alle regels bij De Nederlandse Taalunie

Alle woorden waaronder nieuwe woorden en ruim 500 Surinaams-Nederlandse woorden (woordenlijst.org)

Welke woorden worden nu anders gespeld? (woordenlijst.org)

             Test je kennis van de nieuwe spelling  (CambiumNed) 

Nieuwe spellingtest/nieuwe-spellingtest (de Volkskrant)

De witte spelling

Zie ook: http://www.onzetaal.nl/spellingwijzer/

 
De nieuwe spelling
Wat vind je van de nieuwe spelling?
Daar verdiep ik me niet in.
Goed, die ga ik leren.
Slecht, ik ga 'de witte spelling' gebruiken.
Vervelend, nu wordt goed spellen nog moeilijker.
Dat weet ik niet.


 

 

 


9. Handige links

 


Zoek in de Van Dale

 

 

 

druk op enter


 

   
[bibliotheken] [documenteren] [cabaret] [jeugdliteratuur] [literatuur] [Nederlands] [poëzie]
[extra oefeningen] [schrijvers] [thema's] [uitgevers] [uittreksels] [oefeningen op
CambiumNed]
[taalspelletjes]