Het
meervoud van een zelfstandige naamwoord vorm je door er de
meervouds- uitgangen -s,
's, -en of -n
achter te schrijven.
De
-s
schrijf je er aan vast als dat geen probleem voor de uitspraak
oplevert: sektes, tantes, printers, logés en bureaus. Als je een fout bij de uitspraak kunt maken schrijf je
's :
auto's, piano's, alinea's, baby's, jury's en ski's.
woorden
op -ik Je schrijft 2
k's als
de klemtoon op ik valt: snikken, blikken, likken en tikken. Je schrijft 1
k als de
klemtoon niet op ik valt: monniken, viezeriken en leeuweriken.
woorden
op -ie of -ee Je schrijft
ën
erbij als de klemtoon op de ie
of ee
valt: feeën, genieën en reeën. Je schrijft n en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt:
bacteriën, poriën en oliën.
woorden
op -f of -s De f wordt
meestal een v
en de s vaak
een z : kloven, staven, laarzen en kluizen. Maar: fotografen, parafen en kaarsen!
Let
op: Sommige woorden hebben (ook) een Latijns meervoud: politici,
medici, mediums/media, museum/musea.
2. Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke
naamwoorden, telwoorden en voornaamwoorden
Zelfstandig
gebruikte woorden krijgen -n als ze slaan op
mensen die niet in dezelfde zin worden genoemd. Hoeveel
verslaafden kunnen ze in
Rotterdam nog opvangen?
Zelfstandig
gebruikte woorden krijgen geen n als ze op mensen
slaan die wél in dezelfde zin worden genoemd. Veel supporters in Brugge kwamen met de trein en slechts
enkele
met de eigen
auto.
Zelfstandig
gebruikte woorden krijgen geen n als ze op dieren,
planten of dingen slaan. Van alle clubs was Ajax de eerste.
Hoofdregel In samenstellingen wordt een -s geschreven, wanneer deze ook wordt
uitgesproken. Dus: stationsplein, moederskindje en scheepswrak.
De
tussen -e of -en
Hoofdregel: De tussen -en wordt geschreven wanneer het eerste woord van de
samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alléén een meervoud heeft op
-en. Het is dus: kippenei, want het meervoud van kip is alléén kippen. Maar het is aspergesoep en gedaanteverwisseling, want het
meervoud van asperge is asperges, terwijl het meervoud
van gedaante zowel gedaanten als gedaantes kan zijn.
Uitzonderingen Sommige woorden houden een -e als tussenletter, hoewel
ze als je de hoofdregel zou volgen -en zouden moeten krijgen.
1. Woorden die verwijzen naar een unieke persoon of
zaak: zonnestraal, maneschijn en Koninginnedag.
2. In
bijvoeglijke naamwoorden waarvan het eerste deel alleen
maar wordt gebruikt als versterking van het
bijvoeglijke tweede deel:
apetrots, boordevol, reuzeleuk en beregoed.
3. Woorden van het type 'dier+plant'
vallen vanaf 2005 onder de
hoofdregel en krijgen een tussen-n:
eendenkroos, rattenkruid en
paardenbloem.
Zie ook:
de hoofregel
bij de Taalunie
4. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig naamwoord
zonder meervoud: rijstepap en roggebrood.
5. Woorden die historisch gezien wel een
samenstelling zijn, maar die niet meer als zodanig worden herkend (we
noemen dit versteende
samenstellingen): ruggespraak en elleboog. Zie ook:
4. Tekens bij letters (trema,
liggend streepje en apostrof)
a. Liggend
streepje (-) en trema ( ¨ )
Hoofdregel Als het eerste deel van een samenstelling eindigt op een klinker en
het tweede deel begint met een klinker, zet je een streepje om te
voorkomen dat die twee klinkers samen één klank vormen. Het is
auto-ongeluk, radio-omroep en na-apen.
Woorden die eindigen op -achtig krijgen een streepje: zebra-achtig.
Uitzonderingen
Als het woord geen
samenstelling is, gebruik je een trema: poëzie, zeeën,
coördinatie, financiën.
In cijfers en getallen gebruik jeeen
trema: tweeënvijftig,
drieëntachtig.
NB Latijnse en
Franse woorden die eindigen op -ei, -eus, -eum, en -ien krijgen geen
trema: museum, opticien, petroleum.
b. Liggend
streepje (-)
Een liggend streepje gebruik je om:
af te breken Als een woord niet meer op een regel kan, gebruik je het streepje
om af te breken. Een woord mag je alleen afbreken aan het einde van een
lettergreep.
te scheiden Om te voorkomen dat er uitspraakproblemen ontstaan, gebruik je
een streepje als scheidingsteken: zee-eend, zo-even en
gedachte-experiment.
en te
koppelen Het koppelteken gebruik je:
In namen van
getrouwde vrouwen: mevrouw Jansen-Van Kempen.
Na
voorvoegsels als: adjunct-, non-, niet-, oud- en s(S)int
adjunct-commies, non-actief,
niet-roker, oud-ambassadeur,
sint-bernard
In
samengestelde aardrijkskundige namen: Noord-Hollands, Zuid-
Amerikaans, Noordoost- Duitsland, Noord-Brabant.
In samenstellingen
van symbolen en afkortingen: 65-jarige, tv-toestel, €-teken.
In
samenstellingen waarvan de beide delen gelijkwaardig zijn:
minister-president, rooms katholiek.
c. Apostrof
Een apostrof gebruik je:
As je
letter(s) weglaat: 's nachts,'t fokschaap.
Om een
verkeerde uitspraak te voorkomen: auto's. piano's,alinea's.
In een tweede
naamval die eindigt op een sisklank: Floris' schrift, Beatrix'
verjaardag, Mulisch' boek.
In bepaalde
combinaties van letters: havo'er, NEC'er, AOW'er, KPN'er.
Alleen het eerste woord van een zin
begint met een hoofdletter. Als de zin begint met een apostrof dan schrijf je het tweede
woord met een hoofdletter. voorbeeld: 's Middags doet mijn vader altijd een dutje. Als een zin met een cijfer begint,
krijg je geen hoofdletter. voorbeeld: 25 leraren waren ziek.
Namen schrijf je met
een hoofdletter. Gerrit M. Betzema mevrouw Ten Brink Marianne Betzema-Ten Brink Boschstraat Gelderland Het hemelse gerecht Ajax de Tweede Wereldoorlog Tweede Kamerlid
Maar namen van dagen, maanden en jaargetijden, schrijf je met een
kleine letter. zaterdag, december, winter
Tijdperken schrijf je volgens de nieuwe
spellingregels met een kleine letter: middeleeuwen,
renaissance en romantiek.
Namen van volkeren schrijf je met een hoofdletter: Arabier,
Eskimo, Palestijn en Bosjesman. Van namen afgeleide woorden krijgen een
kleine letter: luthers en victoriaans.
Boven brieven en in
adressen schrijf je een hoofdletter. Geachte redactie, Beste tante Truus, Geachte heer/mevrouw,
De heer Mertens Jasmijnplantsoen 76 5453 DB Renkum
Aan de redactie van het Brabants Dagblad Postbus 333 2020 BD Den Bosch
Afkortingen van
instellingen, bedrijven en politieke partijen schrijf je met
hoofdletters en zonder puntjes. NASA, FBTO, RTL4, VVD en
SP Maar let op: het is PvdA Ingeburgerde afkortingen Als een afkorting veel gebruikt wordt, m.a.w.
ingeburgerd is, schrijf je ze met een kleine
letter: btw en cao.
Voor getallen tot twintig gebruik je letters.
Cijfers gebruik je bij getallen boven de twintig.
Voor tientallen en getallen als
honderd
miljoen etc, gebruik je echter letters.
Als
je bedragen, gewichten, data etc. moet
aanduiden gebruik je cijfers: €5.50, 5 kilo, 12 december 2003.
Rang- en
hoofdtelwoorden Schrijf waar mogelijk rang- en hoofdtelwoorden tot en met twintig voluit:
eerste (een), twee(de), twintig(ste).
schrijv
7.
Leestekens
punt - Een punt zet
je aan het eind van een zin. - Gebruik je bij afkortingen: etc. - enz. - P.J. Pietersen. - Niet alle afkortingen schrijf je met punten: CDA, NEC, EEG, VARA.
kkomma - Komma's
gebruik je om een zin overzichtelijk te maken. Een komma staat op de plaats waar je bij het
hardop lezen even een rust neemt. - In langere zinnen plaats je een komma voor de woorden waarmee
een bijzin begint. Voorbeeld: Het schilderij, dat verplaatst moest
worden, heeft de 'operatie' goed doorstaan. - Tussen twee persoonsvormen zet je een komma. Voorbeeld: Toen ze thuis
kwam, zag ze dat de
kerstverlichting al brandde. - Een bijstelling zet je tussen komma's. Voorbeeld: Janneke, het leukste
meisje uit 4h5,
heeft nu ook de griep. - Delen van opsommingen zet je tussen komma's. Voorbeeld: Hij kocht andijvie, boerenkool, wortelen,
aardappelen en een CD.
puntkomma Een puntkomma
geeft een scheiding aan binnen een zin. Je kunt hem vervangen door
een punt.
Voorbeeld:
Van de zomer gaan we naar Zuid-Frankrijk; daar is het altijd
lekker warm.
dubbele
punt -
Een
dubbele punt staat voor een opsomming. De bezwaren tegen Athene in de zomer zijn: de hitte, de
drukte en de smog. - Een dubbele punt staat voor een verklaring. Ik wil van de zomer niet naar Athene: het is me daar te
warm. - Een
dubbele punt staat voor een zin die iemand gaat zeggen (de directe
rede). Ik zei: 'Ik wil van de zomer niet naar Athene.'
aanhalingstekens - Aanhalingstekens
gebruik je als je citeert. 'Als het aan mij ligt' zei Bush,' krijgt hij een
eerlijk proces.' - Als je een andere dan normale betekenis gebruikt. Hij had daar tijdens de oorlog een 'prettige' tijd.
uitroepteken Aan het eind van een zin met een bevel of uitroep gebruik
je een uitroepteken. Hou daar mee op! Geweldig!
vraagteken - Een
vraagteken zet je aan het eind van een vraag. Was jij de eerste die de berg beklom? De leraar vroeg: 'Was jij de eerste?' - Geen vraagteken: Hij vroeg me of ik de eerste was.