Hij gaf
het haar.
-
lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Zij is dol
op haar hondje.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Wij gaan morgen
naar Leiden.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
De docent gaf
hem het proefwerk terug.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Dat lijkt
mij niet handig.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Hij stond te wachten
op zijn vriendin.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Wij gaan
met de trein naar Amsterdam.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Wij zagen in de haven
een prachtig zeiljacht.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Dat meisje gaf
de leraar een brutaal antwoord..
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ik kon niet lachen
om die grappen.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Na het eindsignaal dansten de spelers van Italië over het veld.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Tijdens het toernooi zal de sponsor
het eten betalen.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
De roofvogel kon
de hagedis niet zien.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Op Terschelling stonden borden op het strand die waarschuwden
voor een gevaarlijke stroming.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ze hebben
iedereen een gratis drankje aangeboden.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ze brachten
hem direct naar het ziekenhuis.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Bij deze verschrikkelijke hitte ga ik dat werk niet doen.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ik heb zin
in een lekker ijsje.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Je moet
hem wel zijn boek teruggeven.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Tijdens de uitwisseling in Denemarken heb ik
mijn telefoon verloren.
- lijdend voorwerp
- meewerkend voorwerp
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling