Naar de beginpagina van CambiumNed

Aangepast zoeken

 

Theorie Alle oefeningen op CambiumNed Overige oefeningen  Meer oefenen:

Oefening 1 verwijswoorden 

Waarnaar verwijzen de gekleurde verwijswoorden?


1. Het was vervelend dat ik in mijn vakantie kiespijn kreeg.

2. Die generatie wil dat er meer met haar wensen rekening wordt gehouden.


3. Het eerste elftal behaalde gisteren zijn derde overwinning op een rij.

4. De toneelvereniging zal haar voorstelling dit jaar in de Poorterij geven.


5. Het gemeentebestuur heeft zijn werknemers loonsverhoging beloofd.

6. Ik moet  mijn verstandskiezen laten trekken en dat valt niet mee.

7. Iets wat ik niet begrijp, is dat kinderen elkaar pesten. 


8. Hij sprak zichzelf telkens tegen, wat de leraar irriteerde.

9. Hij heeft een rekenmachine voor mij meegebracht, maar zij werkt niet.

10. De regering heeft haar zin gekregen: de bezuinigingen op het onderwijs gaan door.

11. Als je oud meubilair kwijt wil, moet je het op straat zetten als er grof vuil wordt opgehaald.

12. Roken kan schadelijk voor je gezondheid zijn: daar kun je kanker van krijgen.

13. Ik wilde vanmiddag nieuwe kleren kopen, maar daar ben ik niet aan toegekomen. 


14. Het eerste wat je  bij verbranding moet doen, is de wond onder de koude kraan houden.

 

1. het verwijst naar  
2. haar verwijst naar

3. zijn verwijst naar  

4. haar verwijst naar

5. zijn verwijst naar  

6. dat verwijst naar  

7. wat verwijst  naar

8. wat verwijst naar 

9. zij verwijst naar   

10. haar verwijst naar

11. het verwijst naar

12. daar..van verwijst naar

13. daar..aan verwijst naar

14. wat verwijst naar