Aangepast zoeken
Theorie
Alle oefeningen op CambiumNed
Oefeningen werkwoordspelling
Oefening 2
Meer oefenen:
Engelse werkwoorden
Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
t.t. = tegenwoordige v.t. = verleden tijd v.d. = voltooid deelwoord
1. Hij faxen (v.t.)
dat jullie gisteren heel goed bridgen (v.t.)
.
2. Mijn vader deleten (v.t.)
het downloaden (v.d.)
programma.
3. Halverwege werd nog de snelste tijd timen (v.d.)
, maar hij finishen (v.t.)
als laatste.
4. Hij showen (t.t.)
graag dat hij heel goed breakdancen (t.t.)
.
5. Ik promoten (t.t.)
paintballen al jaren.
6. Op de laatste lesdag barbecueën (v.t.)
wij altijd samen met de leerlingen.
7. Voordat hij rugbyen (v.t.)
, heeft hij jaren volleyballen (v.d.)
.
8. Omdat hij zo goed passen (v.t.)
, werd hij vaak tackelen (v.d.)
.
9. Hij joggen (v.t)
elke dag toen hij nog niet zo goed baseballen (v.t.)
.
10.Als hij chatten (t.t.)
, komt het nog al eens voor dat er wordt flirten (v.d.)
.
11.De garage mailen (t.t.)
me dat dat type auto niet leasen (v.d.)
kan worden.
12.Hij showen (t.t.)
graag de creaties die hij maakt als hij freelancen (t.t.)
.
13.Hij faken (v.t.)
dat hij carpoolen (v.t.)
want hij ging gewoon met zijn eigen auto.
14.Ben jij faceliften (v.d.)
?
15.Tegenwoordig wordt er heel vaak googelen (v.d.)
als men iets wil opzoeken.
NAKIJKEN
OK