Gebruikte afkortingen:
Het werkwoordelijk deel van het naamwoordelijk
gezegde = ng wd en het naamwoordelijk deel = ng nd, wg = werkwoordelijk
gezegde. o = onderwerp, lv = lijdend voorwerp, mv = meewerkend voorwerp
vv = voorzetselvoorwerp en bwb = bijwoordelijke bepaling. De zinsdelen
staan tussen strepen (|...|) en de afkortingen staan achter een
zinsdeel.
In die zinsdelen staan soms zinsdeelstukken namelijk: bvb =
bijvoeglijke bepaling en bwbzs = bijwoordelijk bepaling als
zinsdeelstuk.