Oefening 1 lijdend voorwerp
Welk(e) woord/woordgroep vormt het lijdend voorwerp in de volgende zinnen ?
Tussen de middag eet ik altijd twee boterhammem met kaas.
- tussen de middag
- ik
- eet
- twee boterhammen met kaas
Plotseling hoorden we een hoge pieptoon.
- we
- een hoge pieptoon
- hoorden
- plotseling
De boottocht kostte ons twaalf euro.
- de boottocht
- kostte
- ons
- twaalf euro
Kan jij het lijdend voorwerp in die zin vinden?
- jij
- het lijdend voorwerp
- in die zien
- kan vinden
Tijdens het examengala speelde de schoolband een paar gave nummers.
- tijdens het examengala
- speelde
- de schoolband
- een paar gave nummers
De nieuwe trainer van Heerenveen besprak de tactiek met de aanvoerder.
- de nieuwe trainer van Heerenveen
- besprak
- de tactiek
- met de aanvoerder
Leerlingen op middelbare scholen drinken steeds vaker energiedrankjes.
- leerlingen op middelbare scholen
- drinken
- steeds vaker
- energiedrankjes
De politie nam de insluiper mee naar het bureau.
- de politie
- nam mee
- de insluiper
- naar het bureau
Tijdens het telefoongesprek vertelde hij Gerard de waarheid.
- tijdens het telefoongesprek
- vertelde
- hij
- hem
- de waarheid
Tijdens de terugtocht verloor hij zijn camera.
- tijdens de terugtocht
- verloor
- hij
- zijn camera
Gaf hij zijn zusje een oud mobieltje op haar verjaardag?
- gaf
- hij
- zijn zusje
- een oud mobieltje
- op haar verjaardag
De leraar gaf ze het nagekeken proefwerk terug.
- de leraar
- gaf terug
- ze
- het nagekeken proefwerk