Oefening 1 meewerkend voorwerp
Welk(e) woord/woordgroep vormt het meewerkend voorwerp in de volgende zinnen ?
De burgemeester is vanmorgen het eerste exemplaar aangeboden.
- de burgemeester
- is aangeboden
- vanmorgen
- het eerste exemplaar
De toets heeft Albert een onvoldoende opgeleverd.
- de toets
- Albert
- een onvoldoende
- heft opgeleverd
Zij leent haar zus nooit iets.
- zij
- leent
- haar zus
- iets
Ze hebben de bezoekers bij de opening een leuke verrassing gegeven.
- ze
- de bezoekers
- bij de opening
- een leuke verrassing
- hebben gegeven
De leraar moest haar de iPod teruggeven
- de leraar
- moest teruggeven
- haar
- de iPod
Iedere dag worden aan de ambtenaar veel vragen gesteld.
- iedere dag
- aan de ambtenaar
- veel vragen
- worden gesteld
De leraar liet de klas de nieuwste Lijsters zien.
- de leraar
- de klas
- de nieuwste Lijsters
- liet zien
Ons leek het een goed plan.
- ons
- leek
- het
- een goed plan
Je opmerking lijkt me niet erg gelukkig.
- je opmerking
- lijkt
- me
- niet erg gelukkig
Opscheppen lukt onze buurman goed.
- opscheppen
- lukt
- onze buurman
- goed
We hebben mijn opa een fles drank gegeven.
- we
- mijn opa
- een fles drank
- hebben gegeven
Artsen zonder grenzen hebben de slachtoffers medicijnen en dekens uitgedeeld.
- Artsen zonder grenzen
- de slachtoffers
- medicijnen en dekens
- hebben uitgedeeld