Naar de beginpagina van CambiumNed

Aangepast zoeken

 

Theorie Alle oefeningen op CambiumNed
Oefeningen werkwoordspelling Meer oefenen:

Oefening 2. Werkwoordsvormen in de tegenwoordige tijd


Invuloefening              

persoonsvormen (pv) en voltooide deelwoorden (VD)                               

1. Als de planning wor (pv) gehaal (VD), wor (pv) de nieuwe auto in mei geïntroduceer (VD).
2. De krant mel (pv) dat het niet is gebeur (VD).
3. Het vliegtuig lan (pv), hoewel het erg mis (pv).
4. Hij heeft een minister benoem (VD), die zich bezighou (pv) met de problemen.
5. De club contracteer (pv) de nieuwe spits als hij medisch wor (pv) goedgekeur (VD).
6. Vin (pv) jij dat dat geweiger (VD) mag worden?
7. Wor (pv) je broer de opvolger?
8. Hij geloof (pv) dat ik dat aan jou heb beloof (VD).
9. Het gerucht versprei (pv) zich, dat hij in zijn nieuwe beroep slecht functioneer (pv).
10.Ik vin (pv)dat jij je goed hou (pv) in deze situatie.
11.Vermoe (pv) je broer ook dat hij door haar bestolen wor (pv)?
12.Het bevreem (pv) ons zeer dat hij de order heeft gannuleer (VD).
13.Wat hij in dat artikel betoog (pv), is al vaker betoog (VD).
14.Beïnvloe (pv) zij hem zodanig dat hij nog nauwelijks zelfstandig optree (pv)?
15.Het lij (pv) geen twijfel dat de vrouw aan een ernstige kwaal lij (pv).
16.Pas nu is hij van haar gelijk overtuig (VD).
17.Als je niet oppas (pv), ontaar (pv)de discussie heel snel.
18.Als hij daar wandel (pv), roep (pv) dat allerlei herinneringen bij hem op.