Dat is voor hem (snijden) ...... koek.
- gesnede
- gesneden
- gesnijden
- gesneedden
De onlangs (poten) ..... aardappelen staan te rotten in de natte grond.
- gepoten
- gepootte
- gepote
- gepootten
Het (haten) ..... regiem werd eindelijk verdreven.
- gehaatte
- gehate
- gehaten
- gehaatten
Hij moest voor straf de (bekladden) ..... tafels schoonmaken.
- beklade
- bekladden
- bekladde
- bekladen
Wij eten vanavond (braden) .... haan met frites.
- gebrade
- gebraden
- gebraadde
- gebraadden
Het (vergeten) ..... paspoort lag nog steeds op het kastje.
- vergete
- vergeette
- vergeten
- vergeetten
De (verharden) ..... weg had nog een erg zachte berm.
- verharden
- verhardde
- verhardden
- verharde
Het pas (witten) ..... plafond vertoonde nog enkele strepen.
- gewitte
- gewite
- gewitten
- gewiten
Het lijk van de
(vermoorden) ...... crimineel lag daar opgebaard.
- vermoorde
- vermoorden
- vermoordden
- vermoordde
Deze
(aantasten) ..... planten kunnen we beter weggooien.
- aangetastte
- aangetasten
- aangetaste
- aangetastten
In de omgeving van de (stranden) ..... boot lagen honderden gymschoenen.
- gestranden
- gestrandde
- gestranddden
- gestrande
De met de hand (weven)
..... vloerkleden lagen daar te koop.
- geweefde
- geweve
- geweven
- geweefden
De (opleggen) ..... straffen moesten direct na de uitspraak worden uitgevoerd.
- opgelegden
- opgelegde
- opgelegen
- opgelegdde
De sterk (kruiden) ..... gehaktballen werden door de feestgangers erg gewaardeerd.
- gekruide
- gekruidde
- gekruidden
- gekruiden
De (vergroten)
..... foto stond al op het kastje.
- vergrootte
- vergroten
- vergrootten
- vergrote
Pas maanden later werden de resten op het (verlaten) ..... eiland gevonden.
- verlate
- verlaten
- verlaatten
- verlaatte
De gisteren (afgelasten) ..... wedstrijd wordt volgend weekend gespeeld
- afgelasten
- afgelastte
- afgelaste
- afgelastten
De (beboeten) ..... automobilist reed de volgende dag alweer door rood.
- beboete
- beboette
- beboeten
- beboetten