Hij hangt erg
aan zijn moeder.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Wij wachten met spanning
op de uitslag van het examen.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ik reken dat wel uit
op de achterkant van het luciferdoosje.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Zij is erg bang
voor spinnen.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Het paard bleef stilstaan
voor de hindernis.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ik moest erg lang zoeken
naar de bril van Anne-Marie .
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
4H1heeft altijd erg veel plezier
in het tekenlokaal.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Straks trakteert mijn moeder
op een waterijsje.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Wij voetbalden vroeger altijd
op straat.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Hij was altijd al tevreden
met een zesje.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
De brandweerauto staat
voor ons huis.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling
Ik ben benieuwd
naar het nieuwe schooljaar.
- voorzetselvoorwerp
- bijwoordelijke bepaling