Aangepast zoeken

 

Theorie Alle oefeningen op CambiumNed
oef 1 oef. 2 oef. 3 oef. 4 oef. 5   Meer oefenen:

 

 Oefening 6 Wat is/zijn de persoonsvorm(en) in de volgende zinnen?

 

 

De persoonsvorm

Persoonsvorm(en)

Vul je antwoord in. Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

1. Morgen gaat het sneeuwen.

2. De bus naar het vliegveld vertrekt om 6 uur.

3. Na de voorstelling bleef het nog lang gezellig in de kantine.

4. September was dit jaar erg nat.

5. Als hij weer te laat is, moet hij nakomen.

6. Wat mij opviel, was zijn zware stem.

7. Na zijn vertrek werd het een stuk rustiger.

8. Nadat de stemmen geteld waren, moest hij zijn nederlaag wel toegeven.

9. Huppelend kwam de jongen na de wedstrijd thuis.

10. Waarom lees je niet een ander boek?

11. Als alles goed gaat, zullen de schoolboeken gratis worden.

12. Maar dan moeten er nog veel problemen worden opgelost.