
Vul het nummer van de uitdrukking in.
UITDRUKKINGEN
1. zijn pappenheimers kende
2. de schepen achter zich verbrand
3. op de schopstoel ... zitten
4. zat ... in de put
5. wierp ... de handdoek in de ring
6. stuitte... tegen de borst
7. de staf over ... gebroken
8. de tering naar de nering te zetten
9. de vinger op de wond legde
10. over de brug komen
11. hingen .... aan de lippen
12. soldaat maken
13. voor zoete koek aangenomen
14. trekken ... aan het kortste eind