Aangepast zoeken
Taalspelletjes
Alle oefeningen op CambiumNed
Overige oefeningen
(Sport)uitdrukkingen
Bijbelse uitdrukkingen
Meer oefenen:
Spreekwoorden en uitdrukkingen
Wat betekenen ze?
Selecteer het juiste antwoord.
1. als een tang op een varken slaan =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
2. door de zure appel heenbijten =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
3. iets met een korreltje zout nemen =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
4. lange tenen hebben =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
5. iets op je brood krijgen =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
6. honger maakt rauwe bonen zoet =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
7. water in de wijn doen =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
8. voor een appel en een ei =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
9. op staande voet =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
10. van iets geen kaas gegeten hebben =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
11. iets in de soep laten lopen =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
12. je knollen voor citroenen laten verkopen =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
13. de zaak is in kannen en kruiken =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
14. haar op de tanden hebben =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
15. met je handen in het haar zitten =
als je honger hebt, lust je alles
de zaak is voor elkaar
gauw beledigd zijn
goed van je af kunnen bijten
heel goedkoop
iets doen wat je niet prettig vindt
iets laten mislukken
iets niet helemaal geloven
je laten beetnemen
minder hoge eisen stellen
nergens op slaan
onmiddellijk
van iets de schuld krijgen
van iets geen verstand hebben
wanhopig zijn
Inburgeringscursus - uitdrukkingen
NAKIJKEN
OK