Naar de beginpagina van CambiumNed

Aangepast zoeken

 

Theorie Alle oefeningen op CambiumNed
  Meer oefenen:

Werkwoordsvormen

 

Met wat voor werkwoordsvorm heb je te maken?


 

Vraag je altijd af met wat voor een werkwoordsvorm je te maken hebt: persoonsvorm, voltooid deelwoord, onvoltooid deelwoord of infinitief?

1. Wie zou dat gedaan hebben ?
2. Mopperend kwam hij de klas binnen.
3. Wij zullen deze oefening wel even maken .
4. Daar kwam hij fluitend aangefietst .
5. Hij lachte omdat hij het niet verwachtte .
6. Hij had dat werk zullen afmaken .
7. Dat antwoord heeft haar een eind op weg geholpen .
8. Moeizaam voorttrekkend deed de groep er een dag over.
9. Na één nachtvorst kun je nog niet over het ijs lopen .
10 Ik had hem dat graag zien doen .
11.Ik hoop dat we dat goed hebben afgesproken .
12.Ik zal hem vragen of hij meedoet als hij weer thuis is .