|
naamwoorden |
- Zelfstandige
naamwoorden zijn woorden waar je altijd een
lidwoord voor kunt zetten: (het) boek, (de) ijspret
Infinitieven kunnen voorkomen als zelfstandige
naamwoorden: Hardlopen
is goed voor je. Schaatsen is erg
populair. Eigennamen zijn ook zelfstandige naamwoorden. Je schrijft
ze met een hoofdletter: Frits, Zaltbommel, Hema, Nokia enz.
- Bijvoeglijke
naamwoorden kun je voor een zelfstandig naamwoord
zetten. Ze noemen een eigenschap van het zelfstadig
naamwoord.
Bijvoeglijke naamwoorden krijgen in principe de uitgang -e:
Het
goede boek. De moeilijke oefening.
Onhandige jongen.
Er zijn vier situaties waarin een bijvoeglijk
naamwoord niet de uitgang -e krijgt:
1.
Wanneer het zelfstandige naamwoord onzijdig is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord
bij de onbepaalde vorm géén uitgang. Bij de bepaalde vorm krijgt het
echter gewoon de uitgang -e: Een mooi kind - Het mooie kind
2. Wanneer het bijvoeglijk naamwoord een
materiaal aanduidt, krijgt het de uitgang -en: De houten
lepel, de koperen bel
3.Wanneer het bijvoeglijk naamwoord een essentieel deel is van de
combinatie met het zelfstandig naamwoord, krijgt het geen -e.
Bijvoorbeeld: Het meewerkend voorwerp, het openbaar onderwijs
4. Soms
wordt tussen een onbepaald lidwoord en het zelfstandig naamwoord een
bijvoeglijk naamwoord zonder -e gebruikt. In dat
geval hebben ze een bijzondere betekenis: Een groot staatsman, een talentvol dichter
OEFENEN
Oefening
1
Oefening 2
Oefening 3
(De trappen van
vergelijking)
Oefening 4
(bijvoeglijke naamwoorden van landennamen)
|