Oefeningen woordsoorten
1. Werkwoorden
(niveau brugklas)
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en
koppelwerkwoorden
2. Naamwoorden en lidwoorden
(niveau brugklas)
Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke
naamwoorden, bepaalde en onbepaalde lidwoorden
3. Betrekkelijke
voornaamwoorden
(niveau brugklas/ klas 2havo/vwo)
4.
Aanwijzende
voornaamwoorden
(niveau brugklas/ klas 2havo/vwo)
5.
Voorzetsels
(niveau brugklas/ klas 2havo/vwo)
6. Telwoorden
(niveau brugklas/ klas 2havo/vwo)
Bepaalde en onbepaalde rang- en hoofdtelwoorden
7.
Voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden
(niveau klas 2havo/vwo)
8.
Voornaamwoorden
(niveau klas 2 en 3havo/vwo)
persoonlijke, wederkerende, wederkerige,
bezittelijke, aanwijzende, vragende,
betrekkelijke en
. onbepaalde voornaamwoorden
9.
U of uw, jou of jouw?
nieuw!
10.
Alle woordsoorten door elkaar
(niveau tweede klas havo/vwo)
11. Alle woordsoorten door elkaar
(niveau derde klas havo/vwo)
