Naar de beginpagina van CambiumNed

 

 


De persoonsvorm

Een werkwoord noemen we de persoonsvorm als die in een zin aangeeft:

a. de tijd (tegenwoordige of verleden tijd) : ik

b. enkelvoud of meervoud : zij



Als je de persoonsvorm zoekt, kun je het beste de zin in een andere tijd zetten. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.

Voorbeeld :

1a.Ik moet de opgaven nog maken.
1b. Ik
moest de opgaven nog maken
2a. Ik
zoek dat op Cambiumned op.
2b. Ik
zocht dat op Cambiumned op

In niet-vraagzinnen is  de persoonsvorm het tweede zinsdeel.

 

oefening 1 oefening 2 oefening 3 oefening 4 oefening 5 oefening 6

Alle oefeningen op CambiumNed

 Meer oefenen:

kruiswoordpuzzel over grammatica

 

 

                    

 

 

 

 

gezegde onderw. lijd. vw. meew. vw. voorz. vw. bijw. bep. bijv. bep. bep.v.gesteldheid lijd. en bedrijv. vorm sg. zin tijden woordsoorten