
Hubert Korneliszoon Poot
(1689-1733)
Wachten
Hier heeft mij Rozemont bescheiden,
hier, bij deez' boom, die welig
wast.
Waar mag de schone zo lang
beiden,
dat zij niet niet op het uurtje
past?
Of ben ik wat te vroeg
gekomen,
door drift der min. waar ik van
kwijn?
O zalig veld, o groene
bomen,
't kost hier de nacht wel
bruiloft zijn.
Maar och, hoe lang zijn thans de
stonden!
Elk omzien duurt een jaar
gewis.
Op achten was de konst
gevonden:
ik schat het al ruim negen
is.
Val, avond. Zoudt ge uw plicht
niet weten?
Of is de tijd zijn wieken
kwijt?
Of heeft Apol* zijn zweep
vergeten,
dat hij dus traaglijk zeewaart
rijdt?
Dagvoerder**,laat u dit toch
lusten:
verkort de dag en rek de
nacht.
Spoei voort: gij zult bij
Thetis*** rusten,
en ik bij 't meisje dat ik
wacht.
_