|
E.J. POTGIETER HOLLAND Grauw is uw hemel en stormig uw strand, Naakt zijn uw duinen en effen uw velden, U schiep natuur met een stiefmoeders hand, Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!
Al wat gij zijt, is der Vaderen werk; Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden, Beide de zee en den dwingland te sterk Vrijheid een tempel en Godsvrucht een kerk.
Blijf, wat gij waart, toen ge blonkt als een bloem: Zorg, dat Europa den zetel der orde, Dat de verdrukte zijn wijkplaats u noem, Land mijner Vadren, mijn lust en mijn roem!
En wat de donkere toekomst bewaart, Wat uit haar zwangere wolken ook worde, Lauwren behooren aan t vleklooze zwaard, Land, eens het vrijst en gezegendst der aard.
In Zweden, 1832.
metrum: dactylus (sterk - zwak - zwak)
Klik hier als u het
gedicht wilt horen
|