A.C.W. Staring
(1767-1840)

 

Aan de Maan

 

Toon ons uw luister, o zilveren maan !

Rijs uit het meer.

Lach den zwervenden scheepling aan.

Straal, op 's wandelaars donkere baan,

In uw lieflijkheid neer.

 

Waar zonder hoop de Verlatene smacht,

Schemere uw gloog.

Waar, naar troosteleze afscheidsklagt,

Blij hereenen de Minnenden wacht,

Breke uw glinstering door.

 

Schoon is de Dag, als zijn purpere gloed

Vorstelijk stijgt; -

Als hij ZINGEND de ontwaakten groet!

Maar UW KOMST is den PEINZENDEN zoet,

Gij, die flonkert - en ZWIJGT!

 

 

TERUG BLOEMLEZING

 

 

Brieven van Staring uit zijn studententijd
Staring bij dbnl
Staring bij ljcoster