Rijm betekent in de ruimste zin van het woord herhaling
van klanken.
Meestal bedoelt men daarmee herhaling van klank
aan het eind van een regel (eindrijm).
Als je rijm ordent naar plaats en klank onderscheidt
men:
Beginrijm (ook wel alliteratie) Dicht bij elkaar
staande beklemtoonde lettergrepen hebben dezelfde
medeklinker: Ik ben geboren uit
zonnegloren En een zucht van de
ziedende zee (Jacques
Perk)
Halfrijm (ook wel klinkerrijm of assonantie)
Hierbij rijmen alleen de klinkers: 't Meisken nam
haren mantel Ende si ginck eenen
ganc Al voor haers vaders poorte, Die
si ontsloten
vant (Uit:
Het daghet in den Oosten)
Volrijm
De rijmende woorden (inclusief de laatste
beklemtoonde klinker) eindigen hetzelfde: hing -
ding roken - doken
Rime
riche ( rijk rijm)
De rijmende klanken zijn hetzelfde: noot - nood
het avondlicht - in de avond ligt
Eindrijm kun je ook indelen op grond van het aantal
rijmende lettergrepen.
Staand rijm
De laatste, beklemtoonde lettergreep rijmt: gaan
- staan gedruis - sluis
Slepend rijm
Een beklemtoonde rijmende lettergreep wordt gevolgd
door een onbeklemtoonde lettergreep: kopen -
lopen eter - beter
Glijdend rijm
Een beklemtoonde rijmende lettergreep wordt gevolgd
door twee onbeklemtoonde lettergrepen:
kabbelen - babbelen kinderen - hinderen
Rijmschema's
Als je rijmende woorden aan het eind van een regel
dezelfde letter geeft, ontstaat een rijmschema.
We onderscheiden de volgende schema's:
Gepaard rijm: a a b b (c c...)
Fraeye historie ende al
waer Mach ic u tellen,
hoort naer. Het was op enen
avontstonde Dat karel slapen begonde
Tengelem op den
rijn. Dlant was alle gader sijn.
Natuur is voor
tevredenen of
legen. En dan: wat is natuur nog in dit
land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
"Wat doe ik met
twee? - Wat heb ik er an?
"Zoo'n tweede
sieraad
"Van mijn
huwelijksstaat, "Die in 's levens
ontlokenen
dageraad "Zich reeds tweemaal alhier te
verslikken
staat, "Terwijl hy, in toomloozen
overdaad, "Zijn buik als een pakschuit op
marktdag
laadt, "En zijn ouders vertroost met de
hoop op zwart
zaad,
"Pak jy, kameraad! "Maar spoedig je biezen en
poets me de plaat. "Jy, klaplooper, voort!
of wy krijgen 't te
kwaad.
In
taaluitingen zit ritme. Ritme komt tot stand door
afwisseling van meer of minder beklemtoonde
lettergrepen. Als dat ritme een bepaalde regelmaat
heeft, spreekt men van metrum.
Regelmaat
kun je aangeven met 'versvoeten'. Versvoeten zet je
tussen staande streepjes ( je noemt dit scanderen).
Beklemtoonde lettergrepen (sterk) krijgen het teken
- en de minder beklemtoonde (zwak) ∪ .
De meest
voorkomende soorten metrum zijn:
jambe (
afwisselend zwak - sterk)
∪ -|∪ -|∪ -|∪ -|∪
-| Een nieu|we len|te en| een nieuw|geluid
Enjambementen worden gebruikt om meer aandacht voor de
woorden waarbij ze optreden te vragen, om effecten met
het ritme te bewerkstelligen en om de spanning op te
voeren.