Als de stam
eindigt op één van de medeklinkers uit 't
kofschip of 't fokschaapschrijf je stam + te(n). Anders
schrijf je altijd de(n).
Opmerking 1:
Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert dev
en
z
aan het eind vande stam in een
f
of een
s
:
ik verf , ik verbaas.
In de verleden tijd krijgen ze echter
de(n) (ik verfde, ik
verbaasde) omdat in het hele werkwoord een
z en een v
staan.
Opmerking 2:
Niet alle
werkwoorden zijn op bovenstaande manier te vervoegen. Het
Nederlands kent een aantal onregelmatige werkwoorden: hebben,
kunnen,
mogen,
willen,
zijn
en zullen.
Zie voor de vervoeging
Wikipedia
-
Voltooide
deelwoorden eindigen op -en
: gelopen,
verdronken, gesneden Ze veranderen nooit, ook niet als ze bijvoeglijk worden
gebruikt: De gelopen race, het verdronken paard, het gesneden brood
Uitzonderingen op deze regel vormen deelwoorden die
eindigen op -n. Als je deze bijvoeglijk gebruikt, moet je ze zo kort mogelijk
schrijven. (vergaan - vergane, gezien - geziene)
- Eindigen op
-d of -t : gered, gewit Als je ze bijvoeglijk gebruikt komt er een
e
achter Je schrijft ze dan:
- zoals je ze hoort: het geredde paard, het gewitte plafond
- zo kort mogelijk: de gehate dictator, de gepote
bloembollen
Als
we een werkwoord moeten vervoegen gaan we uit van de
infinitief. In een woordenboek wordt van werkwoorden
altijd de infinitief gegeven. De infinitief eindigt bijna altijd op -en: lopen, werken,
leren, lachen etc. Uitzonderingen: slaan, staan, gaan etc.
Engelse
werkwoorden
Engelse werkwoorden worden vervoegd als zwakke werkwoorden
in het Nederlands. Ze krijgen in de verleden tijd stam plus
-de(n). Voorbeelden: rugbyde, jogde, tackelde Als de stam
eindigt op één van de medeklinkers uit 't kofschip of 't fokschaap schrijf
je stam +te(n) Voorbeelden: faxte, racete
(Volt.
deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige
en verleden tijd)
(niveau 4/5 havo/4/5/6vwo)
2.
Alles door elkaar 1
(niveau
brugklas havo/vwo)
NIEUW!