-
Voltooide
deelwoorden eindigen op -en
: gelopen,
verdronken, gesneden Ze veranderen nooit, ook niet als ze bijvoeglijk worden
gebruikt: De gelopen race, het verdronken paard, het gesneden brood
Uitzonderingen op deze regel vormen deelwoorden die
eindigen op -n. Als je deze bijvoeglijk gebruikt, moet je ze zo kort mogelijk
schrijven. (vergaan - vergane, gezien - geziene)
- Eindigen op
-d of -t : gered, gewit Als je ze bijvoeglijk gebruikt komt er een
e
achter Je schrijft ze dan:
- zoals je ze hoort: het geredde paard, het gewitte plafond
- zo kort mogelijk: de gehate dictator, de gepote
bloembollen
Onvoltooide
deelwoorden
Onvoltooide deelwoorden eindigen op
d(e). Voorbeelden: zwaaiend(e), lachend(e), fietsend(e), etc.
Als
we een werkwoord moeten vervoegen gaan we uit van de
infinitief. In een woordenboek wordt van werkwoorden
altijd de infinitief gegeven. De infinitief eindigt bijna altijd op -en: lopen, werken,
leren, lachen etc. Uitzonderingen: slaan, staan, gaan etc.
Engelse
werkwoorden
Engelse werkwoorden worden vervoegd als zwakke werkwoorden
in het Nederlands. Ze krijgen in de verleden tijd stam plus
-de(n). Voorbeelden: rugbyde, jogde, tackelde Als de stam
eindigt op één van de medeklinkers uit 't kofschip of 't fokschaap schrijf
je stam +te(n) Voorbeelden: faxte, racete
(Volt.
deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige
en verleden tijd)
(niveau 4/5 havo/4/5/6vwo)
2.
Alles door elkaar 1
(niveau brugklas
havo/vwo 2 havo/vwo)