Stijlfiguren gebruik je om
indruk te maken op een luisteraar of lezer. Het zijn middelen om dat wat je wilt zeggen, treffender of sterker
uit te drukken.
Het op een verzachtende manier / nette manier onder woorden brengen
van iets wat niet zo prettig of netjes is.
Gisteren hebben we opa naar zijn
laatste
rustplaats gebracht. Zij werkt daar als interieurverzorgster. 'Hoe is het met uw stoelgang?',
informeerde de dokter.
2.Understatement
Het op een spottende manier iets
verkleinen of verzwakken. Het verschil met het eufemisme zit hem in
de spot.
Toen zijn partij weer
vier zetels had gewonnen in de peilingen reageerde de fractieleider
met: 'Niet slecht'.
Ik had een twee voor het proefwerk, ik
had dus wel een paar foutjes
gemaakt. 'Ik doe dat wel even',
zei de man toen hij het brandende huis in rende om zijn kinderen te
redden.
3. Litotes
De litotes lijkt
op een understatement. Het is een stijlfiguur
waarbij je schijnbaar iets ontkent of verkleint met
het doel datgene wat je bedoelt des te meer uit te
laten komen.
Daar
ben ik
niet blij mee.
Dat is niet onwaarschijnlijk.
Ik vind dat geen
verkeerd plan.
4.Hyperbool
Bij een hyperbool
wordt iets op een overdreven manier uitgedrukt. Je gebruikt een
hyperbool om iets te laten opvallen.
In Nederland regent het zomers
29
van de 30 dagen.
Je wordt
doodgegooid
met informatie over de verkiezingen. Ik heb wel een
eeuw
op
je staan wachten.
5. Prolepsis
(vooropplaatsing)
Bij een prolepsis wordt
een woord of woordgroep voor in de zin geplaatst
waardoor er de nadruk op valt.
De
etterbak, ik wil hem
niet meer zien.
Deze foto, ik had
die liever niet
geplaatst.
Op tv, in de krant, op
internet, overal kom je die afbeelding tegen.
6.Herhaling, tautologie en
pleonasme Als je een mededeling meer
nadruk wil geven, kan je twee keer (ongeveer) hetzelfde zeggen. We onderscheiden drie manieren:
A. Herhaling
(repetitio) Je gebruikt twee keer
hetzelfde woord.
Geld, geld is het enige wat hem bezig
houdt. Ja, ja, je kunt me nog meer vertellen.
Nooit, nooit ga ik daar nog eens naar
toe!
B. Tautologie Je zegt twee keer hetzelfde
met verschillende woorden. De woorden betekenen ongeveer hetzelfde
en behoren tot dezelfde woordsoort.
Dat weet hij
wis en waarachtig wel. Zij kenden daar
heg noch steg.
Hij werd met veel
pracht en praal begraven.
Alles kan beter -
Pleonasme en tautologie
C. Pleonasme
Je zegt twee
keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden en de woorden
behoren tot verschillende woordsoorten. Je gebruikt het om een
eigenschap van iets te benadrukken.
De
gele
zonnebloemen maken de kamer
veel gezelliger. In deze witte sneeuw
heb ik een zonnebril nodig. De
grijze mist
maakt de straat nog troostelozer.
Een enumeratie
gebruik je om iets te
benadrukken. Meestal zit er in de opsomming een
climax (een in kracht toenemende rij) of een
anticlimax (een in kracht afnemende rij).
Twee, zes,
twintig, honderd
mensen kwamen
naar het feest toe. Zij was eerst
Miss Almelo,
toen Miss
Holland
en
uiteindelijk
Miss World.
Multatuli schreef in de 'Max Havelaar':
Want aan U draag ik mijn boek op,
Willem de Derde, Koning,
Groothertog, Prins... meer dan Prins, Groothertog en
Koning... Keizer van het prachtige rijk
van Insulinde dat zich slingert om de evenaar, als
een gordel van smaragd... Hij is
wereldberoemd,
nou ja... in
Nederland,eh in
Zaltbommel
dan. Ik bedoel: daar
hebben ze van hem
gehoord.
8.Woordspeling
Een
woordspeling gebruik je om een grappig effect te bereiken. Bij een woordspeling worden één of meer woorden in twee
betekenissen tegelijk gebruikt.
Mensen die
gestoord
willen worden, zijn
het
meestal al. De spaarlamp werpt nieuw
licht
op de techniek. Zijn drukwerk
maakte de stilte niet minder drukkend.
9.Synoniemen
Synoniemen
zijn woorden met ongeveer dezelfde betekenis.
13.Paradox
Een paradox
is een schijnbare tegenstelling. Hij bestaat uit een combinatie van
dingen die op het eerste gezicht niet kan, maar die, als je nog eens
nadenkt, wel degelijk mogelijk is.
Schrijven is
de kunst van het
schrappen.
Weinig alcohol kan
te veel zijn. Hoe
gespecialiseerder
iemand is, des te
minder
kan hij.
14.Ironie
Ironie wordt vaak gebruikt om te
laten merken dat je het ergens niet mee eens bent.
Bij ironie zegt
iemand vaak het tegengestelde van wat hij bedoelt. Daarbij wordt
veel gebruik gemaakt van andere stijlmiddelen als overdrijvingen,
understatements en beeldspraak.
'Je kletst me de oren van het
hoofd', zei de leraar tegen het verlegen meisje. 'Het ziet er weer schitterend
uit', zei de trainer toen we
in de drenzende regen liepen. De ANWB meldde dat de
gipsvluchten
het dit jaar weer goed hadden
gedaan.
Inburgeringscursus -
ironie
15.Retorische vraag
Een retorische
vraag is een vraag waarop je geen antwoord verwacht. Het antwoord
zit namelijk in de vraag opgesloten.
Een leraar tegen z'n klas:
'Denk
je dat ik dit nog een keer ga uitleggen?' Liggen we hier niet
lekker? Hebben wij dat niet allemaal wel eens gewild?
16.Beeldspraak
vergelijking
Je
vergelijkt iets met iets anders omdat er overeenkomst is.Het
beeld wordt ingeleid door 'als' of een vorm van het werkwoord
'lijken'.
Lachen
als een boer die kiespijn heeft.
Hij ging er als een haas
vandoor.
Je kamer
lijkt wel
een kloostercel.
metafoor
Je geeft
iets de naam van iets anders omdat er overeenkomst is
Kijk de zon gaat onder, het meer staat
in brand. Dat schaap heeft zich laten beetnemen. Wat zit jij
mistig te kijken.
synesthesie
Een
combinatie van indrukken van
verschillende zintuigen.
Schreeuwende kleuren
Een warme stem
Bittere woorden
personificatie
Iets
wordt voorgesteld als een levend mens.
De wind
floot door de
takken. Roken heeft mijn hart gestolen.
Soms
lacht de toekomst je
toe.
metonymia
Bij een
metonymia geef je iets direct de naam van iets omdat er een
ander verband dan overeenkomst is.
Gisteren
dronk hij een glaasje
te veel. Er zijn in Rome
drie Rembrandts gestolen. Geef me de
vijf
,
zei de vrouw.