Loading

Argumentatiestructuren

We onderscheiden vier basisvormen van argumentatie:
Enkelvoudige argumentatie

Je onderbouwt je standpunt met één argument.

standpunt
argument

Voorbeeld:

Zij moet de opvolgster worden van onze coach.
Want zij heeft al veel ervaring.

Meervoudige argumentatie
Bij een meervoudige argumentatie gebruik je twee of meer argumenten. De argumenten zijn gelijkwaardig en kun je onderling van plaats verwisselen.

standpunt
argument argument argument

Voorbeeld:

Zij moet de opvolgster worden van onze coach.
Want zij heeft al veel ervaring Zij heeft een positieve uistraling Bovendien willen we een vrouwelijk coach.

Onderschikkende argumentatie
Bij een onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een reeds genoemd argument.

Standpunt
argument
argument

Voorbeeld:

Zij  is de juiste persoon voor die baan van boekverkoopster.
Zij heeft ruime ervaring in die branche.
Ze heeft namelijk al twee jaar bij een  Libris boekhandel gewerkt

 

Nevenschikkende argumentatie
Bij nevenschikkende argumentatie vormen twee deelargumenten samen een argument. De argumenten onderbouwen samen het standpunt. Alleen in combinatie hebben ze kracht.

standpunt
argument —↑— argument

Voorbeeld:

Je moet minder patat en frikandellen eten.
              ↑
Dit kost je knap wat veel geld in de week. —↑—     Je komt niet uit met je zakgeld.

Naast deze vier basisvormen bestaat er nog  een combinatie van de meervoudige en onderschikkende argumentatie namelijk de meervoudige onderschikkende argumentatie.

standpunt
argument argument argument
 
argument   argument

Voorbeeld:

Kinderen onder de 13 moeten geen energiedrankjes drinken
Ze zijn ongezond Ze kosten geld Ze beïnvloeden het gedrag.
 
Het kan overbelasting van het hart veroorzaken.   Kinderen reageren heftig, gaan stuiteren.

Oefening 1

Oefening 2