De trappen van
vergelijking
Er zijn drie trappen van vergelijking:
- de stellende trap (spannend)
- de vergrotende trap (spannender)
- de overtreffende trap (spannendst)
In het Nederlands worden de trappen van vergelijking meestal gevormd door de achtervoegsels -er en -st
achter een
bijvoeglijk naamwoord te zetten.
Bijvoeglijke naamwoorden die op een -r eindigen, krijgen in de vergrotende trap een tussengevoegde -d- (bijv. raar - raarder). Op deze regel bestaan
echter nogal wat uitzonderingen.
Een woord
dat eindigt op een -s krijgt in de overtreffende trap alleen
een -t: dwaas - dwaast.
Een woord dat al op -st eindigt, krijgt in de overtreffende
trap 'meest' ervoor: bewust - bewuster - meest bewust.
Soms worden woorden gesplitst: drukbezocht - drukker bezocht - drukst bezocht.
OEFENING
Links
Nederlandse Taalunie
ANS