Onderwerpen
schoolexamen schrijven atheneum 2006 – 2007
1. Paniek in de
wintersportgebieden
Al
Gore zet zich met zijn reizende ‘Opwarming van de aarde-show’ met
hart en ziel in voor de klimaatproblematiek. De film van regisseur
David Guggenheim is een aanrader: de klimaatverandering wordt op een
pakkende manier in beeld gebracht aan de hand van een populair
wetenschappelijke voordracht. En dat is de bevlogen Al Gore wel
toevertrouwd. Met zijn show ziet hij over de hele wereld kans een
groot publiek te bereiken. Daarmee heeft hij aanzienlijk meer succes
dan in de Amerikaanse politiek, waarin het hem niet lukte een sterk
milieubeleid van de grond te krijgen.
Hoe is
de stand van zaken?
Komt
hij op tijd met zijn show of moet het eerst onmogelijk worden nog te
wintersporten?
Waar
komen zijn ideeën op neer?
Hoe
groot is zijn invloed in de Verenigde Staten? En in Europa?
Hoe
denken de politieke partijen over zijn ideeën?
Wat
vind jij ervan?
Doen
wij in Nederland/Europa/de wereld wel genoeg?
2. Armeense Kwestie
Voor de
Tweede kamer verkiezingen weigerden de PvdA en het CDA Turkse
kandidaten voor de Tweede Kamer omdat zij de Armeense genocide niet
erkenden,
D’66
kandidate Fatma Kaya hoefde zich niet uit te spreken over deze zaak
en werd met voorkeurstemmen door Turkse landgenoten in de Tweede
Kamer gekozen.
Wat
zijn de feiten?
Hoe
denken de andere partijen over deze kwestie?
Wat is
het officiële standpunt van Turkije?
Hoe
wordt hier in Armeense kring over gedacht?
Wat
vind jijzelf?
3. Ooit zal de scholier een expositie bezoeken
De
culturele chipknip voor scholieren moet vanaf schooljaar 2008 / 2009
ingaan. In plaats van de huidige, ingewikkelde CKV-bonnen. Met
overheidsgeld naar toneel en dans en een museum. Of duiken de
meesten de bioscoop in: gratis naar ‘Pirates of the Carribean’ en
daarmee hebben we onze portie cultuur wel gehad?
Moet
kunsteducatie aansluiten bij de belevingswereld van de jongeren?
Moeten
theater, dans en muziek naar de jongeren toe komen, zoals op
Lowlands?
Hoe
interesseer je scholieren voor ‘hoge’ cultuur?
Wat is
dat trouwens: ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur? Hoe zijn de CKV – bonnen tot
nu toe gebruikt?
Wat kun
je er allemaal mee?
Welk
museum spreekt de jeugd nou aan?
Waar
ligt jouw interesse?
Welke
investering heb je ervoor over?
4.
Een
ideaal
Ons land kent talloze organisaties als Greenpeace, Het Rode
kruis, Amnesty International, Unicef Artsen zonder grensen, De
vereniging tegen vivisectie, Het Foster Parents Plan etc.
Wat doen deze organisaties? Wat zijn hun doelen?
Hoe zijn ze georganiseerd?
Hoe komen ze aan hun inkomsten?
Wie controleert ze?
Moet de overheid hun taak niet vervullen?
Kom je in het buitenland ook zo veel van deze organisaties tegen?
5 “Ik heb ook wat te vertellen!”
Martine
Delfos heeft onder bovenstaande titel een boek geschreven, dat gaat
over communiceren met pubers. Een paar zinnen eruit: “Veel ouders
geven het op, het idee van opvoeding als hun kinderen gaan puberen.
Ze denken niet op te kunnen tegen de invloed van vrienden en
internet.” Of “Gooi kinderen niet voor de wolven, maar stel grenzen
en trotseer de protesten!”
Zijn
Nederlandse pubers zelfstandiger geworden?
Willen
we de jongeren nog wel de begeleiding geven die ze nodig hebben?
Hoe kom
je rond, als het beltegoed al zoveel kost?
Wanneer
durf je het ouderlijk huis los te laten?
Waarom
zou je iets doen wat je niet kunt? Willen pubers grenzen?
Wat is
de invloed van media, als (heel) jongeren ongevraagd alles te zien
krijgen?
Hoe is
het met de waardering van gehoorzaamheid, eigen
verantwoordelijkheid, kennis en mondigheid?
6.
De
jacht op de uitblinkers is geopend
‘Differentiatie’, ‘excellentie’, ‘ambitie’ en ‘selectie’ zijn de
sleutelwoorden waarmee de universiteiten studenten willen
aanmoedigen. Tenminste, als je de rectores magnifici moet geloven in
hun speeches bij de opening van het academisch jaar, afgelopen
september. Masterclasses, honours- en plusprogramma’s,
pre-university colleges: de meeste universiteiten proberen talenten
zich duidelijk te laten onderscheiden. Volgens het Leids
universitair weekblad Mare neemt tweederde van de studenten
vooralsnog “genoegen met een zesje.”
Welke
inspanningen vragen de universiteiten van de studenten?
Welke
selectie is er aan de poort en na het eerste jaar?
Welke
kansen zijn er voor de talenten?
En wat
als studenten niet goed kunnen meekomen?
Welke
standpunten neemt bijv. de studentenbond ISO in?
En wat
wil de overheid?
Hoe is
onze positie internationaal?
Waar
blinken we in uit en wat moeten we uit het buitenland halen?