Voegwoorden
zijn woorden als en, maar, of, want, als, dat enz. Het
zijn verbindingswoorden. Ze verbinden zinnen of woorden met
elkaar: Kom je als je je huiswerk af hebt? Wil je cola
of sinas?
Opmerking:
Voegwoorden
zijn nooit een zinsdeel of zinsdeelstuk.
Oefening