- zelfstandige
werkwoorden zijn werkwoorden die op zichzelf
een
gezegde
kunnen vormen.
Ik wil dansen.(dansen
kan alleen een werkwoordelijk gezegde vormen: Wij
dansen.).
|
- koppelwerkwoorden zijn werkwoorden die een
naamwoordelijk gezegde
helpen vormen.
Koppelwerkwoorden kunnen zijn: zijn, worden, heten, blijven, schijnen, lijken en
blijken. Hij wordt leraar. Hij is oud. Hij
blijft vervelend.
|
- hulpwerkwoorden
helpen een
werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde vormen.
We
onderscheiden:
|
-
hulpwerkwoorden van tijd: hebben, zijn en
zullen. Ik zal morgen gaan. Mijn
zus heeft kilometers gelopen. Hij is
weggegaan.
|
-
hulpwerkwoorden van de lijdende vorm:
worden en zijn. Je wordt door
hen bedrogen. Mijn fiets is gemaakt door
Leo.
|
-
de overige hulpwerkwoorden: kunnen, mogen,
moeten,willen,laten enz. Ik wil wel
komen. Ik kan niet komen. Je moet hem
halen.
|
Oefening
|
|
|
|
|
|