Hoofd- en bijfiguren zijn personages in een roman of verhaal. We maken onderscheid tussen karakters (round characters) en types (flat characters).
Stel vast wie/wat de belangrijkste hoofdperso(o)n(en) en bijperso(o)n(en) zijn. Wat zijn hun onderlinge relaties? Beschrijf zowel het uiterlijk als innerlijk.
Als een hoofdpersoon niet uitnodigt tot identificatie spreek je van een antiheld.
Van een karakter kom je veel over zijn gevoelens en gedachten te weten.
Een karakter maakt een ontwikkeling door. Types leer je oppervlakkig kennen en vooral het uiterlijk wordt beschreven.
Als de naam van een verhaalfiguur een extra betekenis heeft spreek je van een speaking name.
Identificatie (je kunnen inleven in de hoofdfiguur) is erg belangrijk voor de spanning in een verhaal.

 

Oefening Literaire begrippen