1. Motieven
    Motieven zijn steeds terugkerende elementen in een verhaal. We onderscheiden drie soorten motieven:
  • Abstracte motieven (literair historische motieven)
    Het gaat hierbij over abstracte (ongrijpbare) begrippen als onmacht, liefde, toeval, eenzaamheid, oorlog.
  • Leidmotieven
    Het gaat hier over terugkerende tastbare zaken. Deze hebben een symbolische betekenis.
    Een dobbelsteen (toeval) kan bijvoorbeeld een leidmotief zijn.
  • Klassieke motieven
    Het gaat hier om verhaalelementen die we al in klassieke verhalen tegenkomen. Denk aan het oedipusmotief en assepoestermotief.
  1. Thema

Het thema (grondmotief ) is de kortste aanduiding van het centrale probleem
waar het verhaal over gaat.

  1. Titelverklaring

De titel zegt vaak iets over het thema. Soms is de titel duidelijk (De aanslag), maar soms zul je verder moeten zoeken om de betekenis te duiden (Van de koele meren des doods).

  1. Motto

Een motto (vaak een citaat of tekstfragment voor in het boek) geeft de bedoeling van het boek weer. Lang niet elk boek heeft een motto. Een motto is niet hetzelfde als een opdracht. Een opdracht is een mededeling van een schrijver of drukker/uitgever voor in een boek waarmee hij het werk opdraagt aan een persoon of instantie.

Oefening Literaire begrippen