Hiëronymus van Alphen

Achttiende eeuw

 
alph002_p02Hiëronymus van Alphen (1746 – 1803)
Klik voor het werk van Van Alphen

Hiëronymus van Alphen is een overgangsfiguur: hij is enerzijds een verstandelijk opvoeder aan de andere kant is het persoonlijke gevoel bij hem erg belangrijk. Van Alphen is beroemd geworden door zijn bundel ‘Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen’. Wij vinden de gedichten nu braaf, maar in de achttiende eeuw waren ze vooruitstrevend. Op school en thuis werden kinderen streng opgevoed en gehoorzaamheid was erg belangrijk.
Door de ideeën van de verlichting kwam daar verandering in. De inhoud moest passen bij de ontwikkelingsfasen en belevingswereld van het kind en het geheel moest er aantrekkelijk uitzien voor het kind. Kinderen moesten spelenderwijs kunnen leren. Enkele titels van zijn gedichten: ’Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?’ En als een kind eerlijk en oprecht is, zullen zijn ouders hem vergeven: ‘Kom Keesje lief! hou op met krijten, Zei moeder toen: ‘k Wil u dien misslag niet verwijten, Hij kreeg een zoen.’ Zo leren kinderen wat goed en kwaad is en worden ze karaktervolle mensen: het ideaal van de verlichting. Van Alphen heeft ervoor gezorgd dat vrijere opvattingen over de opvoeding doordrongen tot brede lagen van de bevolking. 

jantje
Klik voor Van Alphens ABC-boekje

 

 

 

 

 

Zijn bekendste gedicht is ‘De Pruimenboom’.

De pruimeboom
Eene vertelling
 Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.

 Uit: Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen , 1779

=> Jacobus Bellamy

Beluister twee versies van het gedicht:

 

 

Het hondjen
Hoe dankbaar is mijn kleine hond
Voor beentjes en wat brood!
Hij kwispelstaart, hij loopt in ’t rond,
En springt op mijnen schoot.
Míj geeft men vleesch en brood en wijn,
En dikwijls lekkernij:
Maar kan een beest zo dankbaar zijn,
Wat wagt men niet van mij!
hondloopt

Meer gedichten van Van Alphen