De tachtigers

periode 1880 - 1910

 

tachtigersWaren er in de kunst al grote veranderingen gaande, in de  literatuur zien we een doorbraak met de oprichting van De  Nieuwe Gids. In dit tijdschrift stelden een aantal schrijvers dat  zij Nederland zouden bevrijden van de gezapige kunst uit de 19eeuw. Vooral het werk van nogal wat predikanten moest het ontgelden. De belangrijkste tachtigers waren Jacques Perk, Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel, Herman Gorter, Albert Verwey, Frederik van Eeden en Jac. van Looy. 

Enkele uitgangspunten van de Tachtigers waren:

  1. De schoonheid is het belangrijkst. Het is een esthetische beweging en ethische normen zijn onbelangrijk. Dit is het lárt pour lárt-beginsel.
  2. Het individu is het belangrijkst en kunst moet volgens Kloos “de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie” zijn.
  3. Vorm en inhoud moeten één zijn. Elke gedachte of waarneming moet een eigen expressie krijgen. Woordkeus, ritme en beeldspraak moeten passen bij de gevoelens van de kunstenaar.
  4. De zintuiglijke waarneming is erg belangrijk. Realisme, naturalisme, impressionisme en sensitivisme worden daardoor belangrijk.

 

Realisme is een objectieve weergave van de werkelijkheid.
Naturalisme ontstaat doordat men vanuit de psychologie de geaardheid van de mens ging bestuderen en men een verklaring voor verschijnselen in de werkelijkheid zoekt/geeft. Erfelijkheid en milieu worden onderwerp van studie. Deze zouden het wezen van de mens bepalen. Deze opvatting  wordt door nogal wat schrijvers gedeeld en zij beschrijven deze factoren in het leven van vooral asociale typen. Deze romans zijn vaak erg somber en fatalistisch: De mens heeft geen vrije wil en gaat vaak aan het noodlot ten onder.
Impressionisme: De schrijver noteert vooral subjectieve indrukken. Hij gebruikt daarvoor veel bijvoeglijke naamwoorden, nieuwe woorden en  samenstellingen.
Sensitivisme: De kunstenaar probeert de zeer individuele indrukken te verwoorden. Dat gebeurt door emoties te verklanken, maar dat leidt vaak tot onbegrijpelijke taaluitingen, vervreemding en raadselachtigheid. Om dit alles te verwoorden gebruikt de dichter neologismen (nieuwe woorden) en synesthesieën (Een combinatie van indrukken van verschillende zintuigen).

Voorbeeld sensitivistisch taalgebruik:

Ik voel den wind vergaan
om mijne ooren,
ik wilde wel vergaan
in ´t licht te loore
Gorter,Verzen, 1987

Weg met de domineespoëzie!

Om aan te tonen dat de literaire critici in de hun tijd niet veel voor stelden, schreven Willem Kloos en Albert Verwey onder een pseudoniem het dichtwerk genaamd ‘Julia’. Het is een verhaal vol clichés over een liefdesrelatie tussen ene Julia en Guido waarin geloof en trouwen centraal staan. Julia komt echter om door een vulkaanuitbarsting.
De recensies hierop waren vrijwel zonder uitzondering positief. Hierop schreven zij de brochure ‘De onbevoegdheid der Hollandsche literaire kritiek’ waarin ze bekenden ‘Julia’ voor de grap te hebben geschreven en waarna ze vervolgens de vloer aanveegden met de literaire kritiek in die tijd

Fragment uit: ‘De onbevoegdheid der Hollandsche literaire kritiek’:
       En wij hebben u nog één ding te zeggen, ter waarschuwing. Als uw woede bekoeld 
is en uw kleeren zijn afgestoft, zult ge weêr gaan lezen en recenseeren. Denkt er dan
om, dat er nog maar één Julia is onthuld. Denkt er om dat er reeds een tweede kan geschreven
zijn, misschien een derde, misschien meer. Denkt er om, dat wij onzin zullen vormen tot romans
en dwaasheid saamrijmen tot verzen, tot zooveel romans en tot zooveel verzen, dat ge gek wordt
van angst voor onzin, als ge zin en kinderachtig bang voor dwaasheid, als ge wijsheid leest.
En denkt er om, denkt er om, dat wij stellig en zeker de macht hebben, u den onuitsprekelijksten
onzin te doen prijzen en recenseeren, en dat wij u allen en uw gelijken nog tien malen of meer
de risée van het land kunnen maken, zoowaar wij het thans hebben gedaan!
       Wij hebben afgedaan met u, Hollandsche recensenten.

In dezelfde tijd schreef Frederik van Eden de bundel ’Grasspietjes’(1885) waarin hij opvoedende en sentimentele poëzie van dominees uit die tijd parodieerde.

=> Jacques Perk

 

 

 

 

 

de_nieuwe_gids_collage

Voorbeeld van een gedicht uit Grassprietjes:

Bij een geschenk 
(Twaalf geborduurde zakdoeken)
 Lieve Truide, dit geschenk,
Klein, maar rein van zin,
Zegt u hoe ik aan u denk,
Hoe ik u bemin.
 Reiner dan dit blank batist,
Blijv' steeds uw gemoed,
Want slechts zielereinheid is 't
Die ons heil behoedt.
 O, gebruik ze lang en veel,
Teêr-beminde bruid,
Echte deemoed zij uw deel,
Als ge er u in snuit.
 Want bedenk bij wát ge doet:
Wij zijn nietig stof-
God alleen geeft alle goed:
Hem zij alle lof!