Naturalisme – Marcellus Emants

periode 1880 - 1910

Het naturalisme, met als voornaamste representant in Frankrijk Emile Zola, is een logisch gevolg van het ontstaan van de psychologie en de evolutietheorie. In de psychologie dacht men het karakter van de mens alleen te kunnen verklaren door middel van het bestuderen van erfelijke factoren, opvoeding en milieu (determinisme). Naturalisten ontkennen dat de mens een vrije wil heeft. Het gevolg hiervan is dat in naturalistische romans het noodlot heel belangrijk is. Je toekomst/lot is bepaald, hoe je je er ook tegen verzet.

Belangrijke vertegenwoordigers van het naturalisme in Nederland zijn Marcellus Emants, Lodewijk van Deyssel en Louis Couperus.



Naturalisme

Grafschrift

MarcellusEmantsMarcellus Emants (1848-1923)
(Klik voor filmpje)

Emants is in Nederland de vertegenwoordiger van het naturalisme. Hij gaat er vanuit dat je  als mens je noodlot niet kan ontlopen. Je wordt bepaald door erfelijkheid en milieu. Deze sombere kijk op het leven vind je in veel van zijn werk terug. In zijn tijd was hij bij veel mensen populair. Belangrijkste werken van hem zijn zijn romans Een nagelaten bekentenis (1894), Inwijding (1904) en Liefdeleven (1916).
In 1923 sterft hij en wordt er op zijn grafsteen de tekst ’Beklaag nooit de verloste uit de krankzinnigheid die leven heet.” gezet. Later wordt deze tekst weer verwijderd.

Een nagelaten bekentenis

Mijn vrouw is dood en al begraven.
 Ik ben alleen in huis, alleen met de twee meiden.
 Dus ben ik weer vrij; maar wat baat me nu die vrijheid?
 Ten naastenbij kan ik krijgen, wat ik sinds twintig jaar 
- ik ben vijf en dertig - verlangd heb; maar thans durf ik 
't niet nemen en zoo heel veel zou ik er toch niet meer van genieten.
 Ik ben te bang voor elke opwinding, te bang voor een glas wijn, te bang voor muziek, te bang 
 voor een vrouw; want alleen in mijn nuchtere morgenstemming ben ik me zelf meester en zeker 
 te zullen zwijgen over mijn daad.
Toch is juist die morgenstemming ondraaglijk.
In geen mensch, geen werk, geen boek zelfs eenig belang te stellen, 
doel- en willoos om te dwalen door een leeg huis, waarin alleen het 
onverschillig schuwe gefluister van twee meiden rondwaart als het verre 
gepraat van bewakers om de cel van een afgezonderde krankzinnige, nog maar 
aan één ding te kunnen denken met het laatste beetje begeerte van een 
uitgedoofd zenuwleven en voor dat ééne ding te sidderen als een eekhoorntje 
voor de fascineerende blik van een slang... hoe houd ik zoo'n afschuwelijk 
leven dag in dag uit, ten einde toe, nog vol?

Lees verder

Beluister het boek