Literatuur in de tweede wereldoorlog

periode 1910 -1945

 

Tijdens de oorlog werden kranten en tijdschriften onder censuur geplaatst en moesten alle Duitsvijandige literatuur uit de bibliotheken verwijderd worden.
Om de greep op het culturele leven te verstevigen werd in 1941 de ‘Kultuurkamer’ opgericht. Alleen kunstenaars die in een Ariërverklaring hadden bevestigd niet van joodse afkomst te zijn, mochten lid worden. Toch weigerden de meeste schrijvers zo’n verklaring te ondertekenen.
Ondertussen werden er vele ondergrondse organisaties gevormd en ontstond er een illegale pers. Deze zorgden ervoor dat er regelmatig teksten en gedichten werden gepubliceerd. Een voorbeeld van zo’n gedicht is het gedicht ‘De achttien doden’ van Jan Campert dat door de uitgeverij ‘De Bezige Bij’ illegaal is verspreid.

 

achttiendoden

 

 

Talrijke drukkers en schrijvers zijn in de loop van de oorlog gearresteerd, opgesloten en gedeporteerd.
Tijdens de bezettingstijd komen we ook al namen tegen van schrijvers en dichters die na de oorlog een belangrijke rol spelen in de Nederlandse literatuur. Zo zijn er tijdens de oorlog al gedichten en verhalen gepubliceerd van Gerrit Kouwenaar, W.F. Hermans, Hans Warren en C. Buddingh.
Maar de meeste boeken waarin de oorlog een grote rol speelt (ook Het Achterhuis van Anne Frank) zullen na 1945 verschijnen.

Schrijvers in bezet Nederland

 

De Tweede Wereldoorlog in Nederland