Neoromantiek

periode 1910 -1945


Deze optimistische stroming in het begin van de negentiende eeuw is een reactie op het realisme en naturalisme. Neoromantici vluchten in droom en fantasie en het verlangen naar geluk en belangstelling voor het mysterieuze is erg belangrijk. Bij een schrijver als Arthur van Schendel is bijvoorbeeld ‘zwerven’ een veel voorkomend motief. De verhalen spelen vaak in verre landen en andere tijden, maar hebben niets te maken met de werkelijkheid.

Schrijvers en dichters die we tot de neoromantiek rekenen: Arthur van Schendel, J.J. Slauerhoff,  Nescio, J.C. Bloem en Adriaan Roland Holst.

Zwerversliefde

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -
want, o de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie' in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder de wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in de wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind - 

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same' in 't oude waaien zwijgen
binnen een laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Adriaan Roland Holst (uit Verzamelde Gedichten,1948)



=> J.C. Bloem

 

 

Roland Holst Huis in Bergen

Zwerversliefde