Jacques Hamelinck (1932 – ) schrijft fantastisch- surrealistische verhalen waarin de hoofdpersoon niets meer moet hebben van het moderne leven en zoekt naar eenwording met de natuur.

Belangrijkste boekRanonkel of de geschiedenis van een verzelving’ (1969).

R.J. Peskens (1909 – 1987) is het pseudoniem van G.A. van Oorschot. De verhalenbundel ‘Twee vorstinnen en een vorst’ (1975) is sterk autobiografisch en gaat over de verhouding tussen een dominante, nogal anarchistische moeder en haar zoon. In het tweede deel zien we de aftakeling van de ouders en de worsteling van de kinderen daarmee.
Ander bekende boeken: ‘Mijn tante Coleta’ (1976) en ‘Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse’ (1977).

=> Oefenwerk

 

johnny-van-doorn-de-geest-moet-waaien

Link: Boekbespreking

Johnny van Doorn (1944 -1991), vooral bekend als Johnny the Selfkicker, schept in zijn werk een sfeer van ‘underground’. Van zijn voordrachten maakte hij een soort ‘electric acts’ waarbij hij in een hoog tempo klanken en soms woorden ‘mitrailleerde’. In de bundels ‘Mijn kleine hersentjes (1984) en ‘De geest moet waaien (1977) vertelt hij over zijn eigen leven.

Bob den Uyl (1932 – 1992) heeft een stijl die zich kenmerkt door veel overdrijvingen, understatements en (zelf)spot. Centraal thema is de waanzinnige wijze waarop wij onze maatschappij hebben opgebouwd. Ook het toeval is een veel voorkomend motief.
Bekende werken: ‘Vogels kijken’ (1963) en ‘Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam’ (1975).

 

 

 

 

Jacques Hamelinck

R.J. Peskens

Johnny van Doorn

Bob den Uyl