Poëzie van na de oorlog

1945 - 1970

 

Na de bevrijding zien we de oprichting van een groot aantal literaire tijdschriften. Dichters (en ook schrijvers)schrijven in bladen die het beste bij hun ideeën over poëzie passen. Denk aan Criterium (1940), Maatstaf (1953), Tirade (1957) en Hollands Maandblad (1959). En naast dichters die volledig hun eigen weg gaan(Ida Gerhardt en Leo Vroman) zien we een veel dichters (de Vijftigers) die de klassieke versleer verwerpen en een nieuwe poëzie scheppen.

De Vijftigers

In 1949 zien we dat jonge dichters zoals G. Elburg, Gerrit Kouwenaar en Lucebert zich aansluiten bij de Cobra- groep (Copenhague, Bruxelles en Amsterdam, opgericht in 1948). De Cobra kunstenaars (o.a. Karel Appel en Corneille) wilden vitale kunst maken en alles wat dat belemmerde moest weg . Kunst moest een directe uiting, een spontaan gebaar, een schreeuw zijn.  Dichters lieten hun werk illustreren met werk van deze moderne schilders. Belangrijk voor deze ‘experimentelen’ werd het tijdschrift Podium (1944 -1970).

=> Vijf Vijftigers

=> Marga Minco en Jona Oberski