De romantiek is een reactie geweest op de overwaardering van de rede en de strenge voorschriften van het Frans-classicisme. De industriële revolutie bracht niet de vooruitgang waarop men hoopte en het vertrouwen in het goede van de mens krijgt een knauw. Een romanticus leeft in onvrede met zijn omgeving, verzet zich tegen de burgermaatschappij en wordt beheerst door een pessimistisch levensgevoel. Hij laat zich daarbij leiden door emoties. Hij schept daarom een andere werkelijkheid om de ellende van het hier-en-nu te kunnen ontvluchten.

 

De belangrijkste kenmerken van de romantiek (vluchtwegen) zijn:

1. De liefde voor de natuur.
De natuur ervaart de romanticus als iets bovennatuurlijks. In een nachtelijke omgeving met maanlicht, ruïnes en graven kan hij de werkelijkheid in eenzaamheid ontvluchten. Deze kenmerken zagen we al bij Rhijnvis Feith en komen we nu tegen bij o.a. Guido Gezelle.

Literair werk:

 

2. Grote belangstelling voor het verleden
Ook het verleden maakte het mogelijk om de dagelijkse ellende te ontsnappen. In het verleden (denk aan de gouden eeuw) stelden wij wat voor. Tollens beschrijft bijvoorbeeld in ‘De overwintering op Nova Zembla’ het wel en wee van Hollandse zeevaarders. Als het verleden van ons land wordt verheerlijkt , spreken we van nationale romantiek. Veel van de schrijvers zoals J.F. Oltmans, A.L.G. Bosboom Toussaint, Jacob van Lennep en Hendrik Conscience schreven historische romans. E. Potgieter schreef gedichten waarin bewonderend over ons verleden werd geschreven.

Literaire werken:

=> Romantiek 2