Gerrit van de Linde

1800 - 1880

 
gerrit van de lindeGerrit van de Linde  1808 -1858 (Klik voor biografie)

Ook Gerrit van de Linde studeerde theologie in Leiden. Hij is beroemd geworden door de bundel De gedichten van Den Schoolmeester. Hij heeft hem zelf nooit gezien want de bundel verscheen een jaar nadat hij in Londen gestorven was.

Wil je bundel gratis downloaden, klik hier.

Van de Linde leefde zich in zijn knittelverzen uit met vreemde rijmen en kolderieke teksten. Hij had maling aan de toen geldende voorschriften voor de poëzie. Hij schreef gedichten over het studentenleven en parodieën op de burgerlijk poëzie uit die tijd.

 

De Hond
Een hond is vermaard
Om zijn gezellige aard
En ‘t kwispelen van zijn staart.
Zijn neus, doorgaans rond,
staat gewoonlijk in ‘t front,
En zo lang die maar nat en fris is,
Is ‘t een bewijs, dat meneer zo gezond als een vis is
Een hond is iemand, die van zijn baas bijzonder veel houdt,
Die hij, om zo te spreken, als zijn derde vader beschouwt,
En die hem dikwijls een hele boerewoning toevertrouwt,
Waar hij door zijn blaffen bedelaars en dieven vandaan weet te jagen
En de post van portier waarneemt, zonder er ooit geld voor te vragen.
Als een haas niet op zijn tellen past,
Wordt hij dikwijls door een hond verrast;
Doch een hond loopt er ook wel tegen aan,
Als men hem in de hondsdagen uit laat gaan.
Menig een blinde hond
Is verdronken, omdat hij geen zwemmen verstond;
Doch zodra zij dit verstaan,
Kan men ze rustig uit baaien laten gaan.
Honden zijn dol op kalfslever en benen;
Doch, volgens Esopus, loopt er dikwijls een derde mee henen.
Ook nuttigt een hond met plezier water en droog brood;
Doch een pak slaag, daar heeft hij een broer aan dood.
Het opzetten is ook iets, daar hij niets om geeft,
Als het maar niet begonnen wordt, terwijl hij nog leeft.
Ook blaffen honden niet langer, als ze eenmaal dood zijn;
Anders zou het leven op een hondenkerkhof te groot zijn.



hond
Illustratie - Fred Marsman

 

=> Multatuli

 

 

grafschriften
Gerrit van de Linde - Grafschriften
Animatie Fred Marsman

 

 Schoolmeesters
 Hij die, uit vrije keus,
En in zijn achterkamer,
Met hoofdpijn als een hamer,
En volgestopte neus,
Met klemming op zijn water,
En lusten als een kater,
En met een stijve nek,
En vijf gebroken ruiten,
En deuren, die niet sluiten,
en ‘t Pootje in zijn kuiten,
Er uitziet als een gek;
Is min nog te beklagen
Dan hij, die drie paar dagen,
In ‘t woelziek schoolvertrek,
De veestlucht en de drek,
De snotneus, d’Ezelsvragen,
‘t Afzichtelijk nagelknagen,
Het krabblend luis-verjagen,
De vuile witte-kragen,
En ‘t hartverduiv’lend plagen
Der Jonkheid moet verdragen.
school7
Link: Onderwijsgeschiedenis.nl
Animatie Fred Marsman