beetsNicolaas Beets (1814 – 1903)
(Klik voor biografie)

Beets, die schreef onder het pseudoniem Hildebrand, was predikant in o.a. Utrecht. In deze stad was hij ook hoogleraar. Hij is vooral beroemd geworden door zijn verhalen over zijn studententijd in de ‘Camera Obscura’ (1839).

Tekst Camera Obscura

De camera obscura is de voorloper van het huidige fototoestel. De fransman Josph Niépce slaagde er in die tijd in om met een belichtingstijd van acht uur de eerste foto te maken.

 

Met een camera obscura projecteer je de werkelijkheid op een wand en je hoeft die werkelijkheid alleen maar over te tekenen. Maar Hildebrand doet meer dan alleen beschrijven, hij neemt het gedrag van de ‘gegoede stand’ ironisch onder de loep. Hij vindt ze maar burgerlijk en heeft er geen goed woord voor over. Zijn typeringen van de verhaalfiguren en de geestige beschrijvingen van het dagelijks leven maakten hem  in zijn tijd heel populair.

Camera-Obscura
Voorbeeld werking camera obscura

 

Zaansch liedeken
Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bevaren?
De meisjes zijn er net gekleed
Zooals voor honderd jaren;
Haar oogen blauw en blank haar vel:
Ik mag die Zaansche meisjes wel.
Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bevaren?
Men vindt er molens bij de vleet,
En rijke molenaren;
Maar wie de slanke dochters ziet,
Denkt aan de dikke molens niet.
Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bezoeken?
Czaar Peter droeg er ‘t ambachtskleed
En at er pannekoeken;
Maar ‘t heeft hem levenslang berouwd,
Dat hij geen Zaansche had getrouwd.

zaan4

Klik hier als u het gedicht wilt horen of downloaden

=> Guido Gezelle

 

 

 

 

Stomen
Stomen stomen, stomen!
Heel de wereld door!
‘k Heb een plaats genomen
Op het langste spoor.
‘k Wil in zeven dagen
Even naar Japan,
Met die houten wagen
Voerman! kookt je span?
Stomen, stomen, stomen,
Vliegen langs de baan!
Die wil zitten dromen,
Mag met paarden gaan.
Moffen, Polen, Russen,
Zie ik in een week;
Zeil jij ondertussen weer naar Sneek.
Wijf! zit niet te pruilen!
Wees toch niet zo dom!
Voordat je uit kunt huilen,
Ben ik al weerom.
Eer de kousen klaar zijn,
Daar jij nu aan briet,
Zal ik al weer daar zijn
Met mijn dierbaarheid.
Stomen, stomen, stomen,
Snel door veld en bos,
Over diepe stromen,
Midden door de rots!
Aangevuld de dalen!
Bergen omgehakt!
‘k Ga een theeblad halen
Van Chinees verlakt.
Gloeit het vuurtje lekker?
Raast je water, maat?
Voort maar met de trekker,
Die me vliegen laat!
Stomen, stomen, stomen!
Kerel ben je gek?
‘k Ben al aangekomen,
Eer ik nog vertrek.

 

De eerste stoommachines