Enkele schrijvers

zestiende eeuw

 

Jan van der Noot

Jan van der Noot (1540-1606), geboren in Antwerpen is vooral bekend geworden door zijn dichtbundel Het Bosken. In deze bundel staan klassieke versvormen zoals sonnet en ode waarin de kenmerken van de Renaissance naar voren komen: de verheerlijking van de schoonheid, de natuur, de vrouw en de trots op het kunstenaarschap zijn duidelijk aanwezig.

Zie het sonnet Aan Olympia:

Aan Olympia
Ick sagh mijn Nimphe in t’ suetste van het Jaer
In eenen beemdt, geleghen aan de sije
Van eenen hof alleen, eerlijck en blije.
Neffens een gracht, waer af het water claer
Geboordt met lis, cruydt en bloemen, veur-waer

Lustigher scheen dan alle schilderije,
Noit man en sagh’ schoonder tapisseije,
Soo schoon was ‘t veld gebloeydt soo hier en soo daer.
Als Flora jent sat sij daer op bloemen:
Deur heur schoonheydt magh-men se Venus noemen,
Om heur verstand Minerva wijs van sinne:

Diana* oock om heur reyn eerlijck wesen:
Boven Juno is sy weerdt t’sijn gepresen.
T’ sindts die tyd aen queeldt mijn siele om heur minne.

 

Carel van Mander

Carel van Mander (1548-1606) vluchtte om zijn geloof van Vlaanderen naar Haarlem. Daar stichtte hij een schilderschool. Hij liet zijn leerlingen (onder wie Frans Hals) naar naaktmodel schilderen (voorheen in de Nederlanden nog niet eerder gebeurd). Naar Italiaans voorbeeld schrijft en publiceert hij het Schilderboeck. Hierin staan biografieën van Italiaanse en Nederlandse schilders.

 

Roemer Visscher

Roemer Visscher  (1547 – 1620) was hoofd van de Amsterdamse rederijkerskamer De Eglantier. In het Saligh Roemershuis ontvangt hij tal van kunstenaars. Als schrijver is Roemer Visscher bekend geworden door zijn emblematabundel Sinnepoppen.

Voorbeeld :

beslach

Samengevat:
Hij die alles geeft wat hij heeft, is niets meer schuldig en daar mag je geen kwaad over spreken
want alle wetten zullen zo’n man van vervolging of straf vrijspreken.

 

 
Succes had hij met zijn puntdichten. In deze puntdichten krijg je een aardig beeld van het leven in Amsterdam in die tijd.

Voorbeeld puntdicht:

Om dat Nel sou schijnen jongh en schoon te blijven,
Soo gaetse (trekt ze op) met leelijcke ouwe wyven:
Maer saecht ghyse (maar als je haar zag) by de jonghe malloten (jonge grietjes) wel,
Ghy sout segghen, t’is een ouwe leelijcke tootebel.

=> Humanisme

 

 

 

minerva

Link: Minerva in het Rijksmuseum

 

 

 

goltius

Link Hendrik Goltius in het rijksmuseum

 

 

 

tis middeleyk-sinnepoppen

 

LITERAIRE GENRES

  • Sonnet – gedicht van 14 regels met twee strofen van vier en twee van drie regels.
    Na de achtste regel volgt er vaak een wending of chute.
    Meestal hebben ze een vast rijmschema.
  • Emblemata – afbeelding met een moraliserend bijschrift (plaatje met een praatje)
  • Ode – lofdicht op iets of iemand
  • Biografie – levensbeschrijving van een persoon
  • Puntdicht – kort gedicht met een humoristische inhoud (ook wel epigram genaamd)

  • Satire – uiting van spot of verontwaardiging gericht tegen personen of maatschappelijke toestanden