De aanhangers van het humanisme streven naar een mens die zich niet laat leiden door anderen (de Kerk), maar zelfstandig op onderzoek uitgaat. Daarbij moet de mens bevrijd worden van bijgeloof en moet hij het geloof rationeel benaderen. Bij de humanisten herleeft het stoïcisme uit de klassieke oudheid. Volgens deze filosofische stroming, gebaseerd op de denkbeelden van de Griek Zeno, kan de mens alleen gelukkig worden als hij alles kalm en in zelfbeheersing aanvaardt. Vrijheid en verdraagzaamheid zijn daarbij heel belangrijk. Alleen als hij leeft volgens deze principes kan hij een ‘homo universalis’, een algemeen ontwikkelde persoonlijkheid worden.

 

Bekend voorbeeld van zo’n veelzijdig mens is de Italiaan Leonardo da Vinci.
Belangrijk voor hem waren de menswetenschappen grammatica, retorica (welsprekendheid), ethiek (dat deel van de filosofie dat zich bezighoudt met wat goed en slecht is), poëzie en geschiedenis.

 

De belangrijkste Nederlandse humanisten zijn Desiderius Erasmus, beroemd om zijn satirische boek ‘De lof der zotheid(1511) dat de spot drijft met allerlei vastgeroeste opvattingen in de maatschappij en Dirck Volkertsz. Coornhert.  

erasmus
Desiderius Erasmus

Coornhert vond zelfkennis essentieel. Als je jezelf kent, weet je wat je weet, maar ook wat je niet weet. Verdraagzaamheid en verzoening zijn bij hem erg belangrijk.

=> Reformatie en contrareformatie

 

 

 

ErasmusLaus