Achtergronden

zeventiende eeuw

 

Het begin van deze eeuw wordt nog beheerst door de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648), maar na het 12-jarige bestand (1609 -1621) zijn de moeilijkste jaren voorbij. De oorlog eindigt uiteindelijk in 1648 met de Vrede van Munster
Na  de val van Antwerpen (1585) komen veel kooplieden en industriëlen naar Amsterdam. De stad ontwikkelt zich voorspoedig en wordt een belangrijke havenstad en een invloedrijk financieel centrum. Nederland wordt daarnaast met het veroveren van Nederlands-Indië een belangrijke koloniale mogendheid.

 

Een bloeitijdperk van handel, kunst , nijverheid en wetenschap, de gouden eeuw breekt aan.
In Amsterdam vestigen zich veel rijke families, kunstenaars en geleerden. Leiden met haar universiteit  wordt een belangrijk wetenschappelijk centrum. Kunstenaars als Rembrandt van Rijn, Jan Steen  en Jan Vermeer en wetenschappers als Hugo de Groot, Christiaan Huygens, Herman Boerhaave en Antoni van Leeuwenhoek worden wereldberoemd.

 

Ook voor de taal was in deze eeuw veel belangstelling. Men zoekt naar demogelijkheid om te komen tot een eenheidstaal. Richtlijn werd de taal die men sprak in voorname kringen in de Hollandse steden. Van  belang bij de groei naar een eenheidtaal is ook vooral de Statenbijbel geweest. Een nieuwe Bijbelvertaling die in 1637 verscheen.

 

Literair werd Amsterdam ook steeds meer het centrum. Literaire activiteiten speelden zich vooral af in rederijkerskamers. Traditionele opvattingen over de kunst moesten in deze kamers plaats maken voor de nieuwe opvattingen van de renaissance.

=> Onze literatuur in de zeventiende eeuw

 

 


Christiaan Huygens

 

 

 

blazoen De Witte Acroleyen Leiden
Blazoen rederijkerskamer ‘De Witte Acoleyen’ uit Leiden
Link rederijkers in de zeventiende eeuw