Tekstopbouw 2

 

3. De alinea

Een tekst is opgebouwd uit alinea’s.

De kernzin geeft de hoofdgedachte van de alinea weer. Meestal is dat de eerste zin en soms de laatste. Een andere plaats is echter ook mogelijk.

Bestudeer de volgende tekst:

Neurofeedback is een behandelmethode waarbij afwijkende hersenactiviteit getraind wordt om klachten te verminderen.

Bij mensen met hersenletsel of klachten zoals stress, pijn, vermoeidheid of hyperactiviteit, is de hersenactiviteit ontregeld. De hersenen werken bijvoorbeeld te traag, waardoor alledaagse handelingen veel energie kosten. Hoe meer de hersenen ontregeld zijn, hoe ernstiger de klachten kunnen zijn. Met neurofeedback kun je leren de hersenactiviteit te beïnvloeden zodat deze weer flexibel en stabiel wordt.

Neurofeedback bestaat uit het laten zien van de afwijkende hersenactiviteit aan de cliënt (feedback).
Als een hersengolf op een bepaald moment te veel aanwezig is, ziet u dat onmiddellijk als negatieve feedback op een beeldscherm. Zodra de hersengolf weer normale waardes heeft krijgt u positieve feedback. Hierdoor wordt een leerproces gestart waarbij de hersenen zelf leren om beter geactiveerd te zijn. De hersenen leren de toestanden van betere activiteit vast te houden. Hoe vaker neurofeedback wordt uitgevoerd, hoe beter de veranderingen in de hersenen worden vastgelegd.

Het effect van neurofeedback is echter niet alleen zichtbaar als veranderde hersenactiviteit, maar ook als betere prestaties van de hersenen en vermindering van klachten.

Bron: BMC Kampen

In de eerste twee alinea’s zijn de eerste zinnen (de eerste alinea bestaat maar uit één zin) de kernzinnen. Zij bevatten de belangrijkste mededeling. In de derde alinea bevat de laatste zin de belangrijkste mededeling. Hij vat samen waarom neurofeedback nuttig is.

4. Verbanden en verbindingswoorden

In elke tekst zit verband. Als dat niet zo is, is de tekst slechter te begrijpen voor een ander. Verbanden binnen zinnen, tussen zinnen, tussen alinea’s en grotere tekstgedeelten worden aangegeven met verbindingswoorden.

Voorbeelden:

1. Hij is leuker dan zijn broer. (verband binnen een zin: dan = vergelijking)
2. Drinkwaterbedrijf Vitens meldde dat er een storing was bij het station dat water in de omgeving van Zaltbommel levert. Als gevolg daarvan konden inwoners van onder andere Zaltbommel, Kerkdriel en Velddriel tijdelijk beter geen kraanwater drinken (verband tussen zinnen: Als gevolg daarvan = oorzaak-gevolg).
3. Het bezit van wietplanten
Sinds 2013 geldt dat wie 5 wietplanten of minder heeft nooit vervolgd wordt. Vijf wietplanten zelf kweken neemt de wind uit de zeilen van het zwarte, illegale kweekcircuit.
Je mag die wietplanten alleen hebben als je geen lamp gebruikt en de wiet geen stankoverlast veroorzaakt. Wietplanten kunnen namelijk sterk ruiken. Deze geur wordt door sommige mensen als overlast ervaren (verband binnen een zin: en = opsomming, tussen zinnen: namelijk = reden en tussen alinea’s: alleen … als = voorwaarde).

In het volgende schema staan de belangrijkste verbanden met voorbeelden van verbindingswoorden.

Verbanden

Verbindingswoorden

tijd (chronologisch)

voordat, nadat, eerst, daarna, wanneer, vroeger, later

opsomming

en, ook, ten eerste, ten tweede, vervolgens, ten slotte

tegenstelling

maar, echter, hoewel, toch, daarentegen, staat tegenover

vergelijking

zoals, zo, evenals, in vergelijking met, soortgelijk(e)

voorbeeld/bewijs (toelichtend)

bijvoorbeeld, een voorbeeld (hier)van, zo, zoals, ter illustratie, daaruit blijkt

reden/verklaring (redengevend)

want, omdat, daarom, vanwege, immers, namelijk

voorwaarde (voorwaardelijk)

als, wanneer, mits, tenzij, in (voor) het geval dat

doel -middel

om te, daarmee, waarmee, opdat, door middel van

oorzaak -gevolg (oorzakelijk)

door, doordat, waardoor, te danken aan, zodoende

samenvatting (samenvattend)

samengevat, kortom, met andere woorden, vandaar dat, hieruit volgt

conclusie (concluderend)

dus, concluderend, kortom, daarom, al met al

In filmpje 1 wordt de theorie over de alinea en verbanden en verbindingswoorden nog eens samengevat.

Oefening 1 verbindingswoorden Oefening 2 verbindingswoorden

 

 

 

 

 

 

 

Filmpje 1

Filmpje 2