Schrijfdoel en tekstsoort

 

Een schrijver heeft met zijn tekst een bepaald doel voor ogen. Het doel bepaalt met de tekstsoort gedeeltelijk de inhoud van de tekst.

We onderscheiden de volgende schrijfdoelen met bijbehorende tekstsoorten:

1. Amuseren: Je wil de lezer vermaken (met een grappig, spannend verhaal, een column, strip of mop).

2. Informeren: Je geeft informatie over een bepaald onderwerp, legt uit hoe iets werkt (bijvoorbeeld een uiteenzetting, een nieuwsbericht of gebruiksaanwijzing).

3. Opiniëren: je wil dat de lezer een mening vormt overeen onderwerp. Je belicht de zaak van verschillende kanten en laat de lezer zelf een conclusie trekken (beschouwing of het bespreken van een bepaald werk in een recensie).

4. Overtuigen: Je wil de lezer overtuigen van je standpunt (In een ingezonden brief geef je argumenten voor of tegen een bepaalde mening, met een betoog wil je anderen overtuigen van jouw mening , in een commentaar geeft een krant zijn mening over een onderwerp en ook columns en recensies hebben de bedoeling de lezer te overtuigen).

5. Activeren: Je wil de lezer overhalen om iets te doen (Een advertentie schrijven omdat je iets wil verkopen, een folder schrijven voor www.goededoelen.nl zodat mensen hun geld nalaten aan een goed doel, in een pamflet roep je op tot actie).

Hoofdgedachte

Iedere tekst heeft een onderwerp. In de hoofdgedachte formuleer je wat je over je onderwerp kwijt wil, datgene wat jij wil dat je lezer van je tekst onthoudt. Dit laatste wordt mede door je schrijfdoel bepaald.

Voorbeeld

Onderwerp: Schulden in het voetbal
Hoofdgedachte: Het is oneerlijk dat men in het ene land optreedt tegen clubs met hoge schulden terwijl men in andere landen totaal andere regels hanteert.
Schrijfdoel: overtuigen