Herhaling, tautologie en pleonasme

 

A. Herhaling (repetitio)

Je gebruikt twee keer hetzelfde woord om er aandacht op te vestigen.

Geld, geld is het enige wat hem bezighoudt.
Ja, ja, je kunt me nog meer vertellen.
Nooit, nooit ga ik daar nog eens naar toe!

Altijd november, altijd regen.
Altijd dit lege hart, altijd.

J.C.Bloem – November

Herhaling als stijlfout

 

 

B. Tautologie

Je zegt twee keer hetzelfde met verschillende woorden. De woorden betekenen ongeveer hetzelfde en behoren tot dezelfde woordsoort.

Dat weet hij wis en waarachtig wel.
Zij kenden daar heg noch steg.
Hij werd met veel pracht en praal begraven.

Tautologie als stijlfout

 

C. Pleonasme

Je zegt twee keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden en de woorden behoren tot verschillende woordsoorten. Je gebruikt het om een eigenschap van iets te benadrukken.

De gele zonnebloemen maken de kamer veel gezelliger.
In deze witte sneeuw heb ik een zonnebril nodig.
De grijze mist maakt de straat nog troostelozer.

Pleonasme als stijlfout