Tegenstelling, paradox, oxymoron, ironie en retorische vraag

 

Tegenstelling (antithese)

Bij een tegenstelling worden tegengestelde dingen gecombineerd zodat ze meer opvallen.

Ik heb voor goed geld slechte spullen gekocht.
In het stille dal knettert het overal.
’s Lands grootste kruidenier gaat op de kleintjes letten.

Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3

Paradox

Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Hij bestaat uit een combinatie van dingen die op het eerste gezicht niet kan, maar die, als je nog eens nadenkt, wel degelijk mogelijk is.

Schrijven is de kunst van het schrappen.
Weinig alcohol kan te veel zijn.
Hoe gespecialiseerder iemand is, des te minder kan hij.

Oefening

Oxymoron

Een oxymoron is een bijzondere vorm van een tegenstelling (antithese). Het is een stijlfiguur waarbij twee elkaar uitsluitende begrippen worden gecombineerd tot één begrip.
Het woord is afgeleid van het Griekse oxys (scherp) en moros (gek) en betekent `scherpzinnige onzin`.


Leedvermaak

Het radicale midden
Oorverdovende stilte
Een echte imitatie
Oud nieuws

Oefening

 

 

 

 

Ironie, sarcasme en cynisme

Ironie wordt vaak gebruikt om te laten merken dat je het ergens niet mee eens bent. Bij ironie zegt iemand vaak het tegengestelde van wat hij bedoelt. Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van andere stijlmiddelen als overdrijvingen, understatements en beeldspraak.

‘Je kletst me de oren van het hoofd’, zei de leraar tegen het verlegen meisje.
‘Het ziet er weer schitterend uit’, zei de trainer toen we in de drenzende regen liepen.
De ANWB meldde dat de gipsvluchten het dit jaar weer goed hadden gedaan.

Sarcasme 

Bij sarcasme is de spot sterker, bijtender dan bij ironie.

‘Goh, je meent het’, als je de ander niet serieus neemt.

Cynisme

Bij cynisme is er meer sprake van een houding van wantrouwen tegenover andermans bedoelingen en is er vaak geen benul van de gevolgen van de eigen daden.

‘Dacht je echt dat hij wel iets kan?’

 

Retorische vraag

Een retorische vraag is een vraag waarop je geen antwoord verwacht. Het antwoord zit namelijk in de vraag opgesloten.

Een leraar tegen z’n klas: ‘Denk je dat ik dit nog een keer ga uitleggen?’
Liggen we hier niet lekker?
Hebben wij dat niet allemaal wel eens gewild?