Hebben of zijn in de voltooide tijd?

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.

1. We deze zomer in Thüringen gefietst.
2. Van Eisenach we naar Erfurt gefietst.
3. De tweede dag ik vergeten waar we naar toe zouden gaan.
4. Gelukkig ik mijn iPhone niet vergeten.
5. Ik toen opgezocht wat de kortste weg was.
6. We vervolgens het fietspad langs de Unstrut tot Herbsleben gevolgd.
7. Enkele regenbuien ons opgehouden.
8. Om wat op te schieten we van het vervolg een wedstrijdje gemaakt.
9. Mijn vrouw die toen gewonnen.
10. We echter vergeten ons hotel te bellen.
11. En omdat we zo laat waren we met moeite ons hotel binnen kunnen komen.
12.Toch ik helemaal gewonnen voor zo'n vakantieactiviteit.
.