Noteer de juiste letters (alt 130 = é, alt 137 = ë, alt 138 = è).
Schrijf de werkwoorden in de juiste vorm (t.t. = tegenwoordige tijd, v.t. verleden tijd, v.d. = voltooid deelwoord en o.d. = onvoltooid deelwoord).
Als er volgens jou niets moet worden ingevuld zet je een -.

1. Te lange leste stemmen (v.t.) de bruid in met de liefdesne.
2. De adoleent was de trteren per smses over haar gebrek aan sex-apl meer dan at.
3. Voor de fotorortage hadden zij een ferieke omgeving met een prachtige begroeng uitzoeken (v.d.) .
4. De burgmeester kijken (v.t.) gefaineerd naar haar nieuwe pama.
5. Nadat zij zich hadden insmeren (v.d.) met beschermen (o.d.) crmes verlieten zij de hotelaoodatie en genieten (v.t.) zij van het majestze uitzicht.
6. Om bij de cabaratre in het gevl te komen gedragen (v.t.) hij zich wel erg snoistisch.
7. De slechterien smeden (v.t.) de plannen in een caf waar veel minnaa en miareen benkomen.
8. De caisre weigeren (v.t.) het biet van honderd euro waarmee de man zijn cauino wilde betalen.
9. Het resultaat van het consntieus nakijken (v.d.) ditee maakte de leraar agrijnig.
10. Ook al werden wij bij tijd en wle trakteren (v.d.) op een colaje, het kon niet voorkomen dat een meisje door de hitte in katzw viel.